"Om als dealer succesvol te blijven, is visie nodig." aldus de Bovag. Dat is een waarheid als een koe. En daarom is de brancheorganisatie de afgelopen maanden druk in de weer geweest om, samen met DBSC Consulting, invulling te geven aan ‘
De Visie van Bovag Autodealers op de toekomst (download)’. Inmiddels heb ik de tijd gevonden om mijzelf door het 80 pagina’s tellende document te worstelen. Wat een deceptie. Niet over de omschrijving van de huidige situatie in de autobranche. Die is duidelijk. We weten wie de spelers zijn en welke rol zij in
de waardeketen vervullen. Ook zijn we zijn het met elkaar eens dat verandering noodzakelijk is. Maar de invulling van de ‘nieuwe businessmodellen’ roept veel vraagtekens op.
Als we de
visie van de Bovag geloven is er anno 2015 nog steeds plaats voor alle bestaande dealervestigingen. Men schetst een situatie waarin er 5 soorten dealervestigingen ontstaan:
-
De Verkoop Nieuw Dealer (VND). Deze houdt zich alleen bezig met de verkoop van nieuwe auto’s en met aanverwante zaken als verzekering en financiering. Eventueel vertegenwoordigt zo’n bedrijf meerdere merken. Ingeruilde occasions worden direct tegen een geobjectiveerde waarde doorgestoten naar professionele partijen. Zo’n vestiging moet tenminste 1.000 nieuwe auto’s per jaar kunnen verkopen. Ook via internet.
-
Afhankelijk van de grootte van het merk is er daarnaast plaats voor De Auto Retail Dealer (ARD). Dit is een variant van de VND voor merken die niet zo dominant aanwezig zijn op de Nederlandse markt. Dit bedrijf houdt zich bezig met verkoop van minimaal 500 nieuwe en 250 gebruikte auto’s.
-
De Support Dealer (SD) heeft een soberder merkuitstraling, is gevestigd in een subrayon van de VND of ARD en richt zich op Aftersales en op verkoop gebruikt. Zijn occasions betrekt hij bij voorkeur bij de VND of ARD. Desgewenst kan de SD nieuwe auto’s afleveren namens VND of ARD.
-
De Dorpsdealer (DD) heeft een nog soberder merkuitstraling dan de SD en is veelal gevestigd in een kleiner pand op een goedkopere locatie, in een subrayon van een VKN of ARD. De DD focust op verkoop gebruikt en Aftersales, maar levert geen nieuwe auto’s af. Hij kan eventueel meer merken vertegenwoordigen. Goede samenwerking met de VKN of ARD is cruciaal.
-
De Servicedealer (SD) is eveneens gevestigd in een subrayon van de VKN of ARD en houdt zich uitsluitend met Aftersales bezig. Eventueel sleutelt de SD aan meerdere merken. Ook hier is goede samenwerking met VKN of ARD essentieel voor succes. De vrijgekomen ruimte van de showroom kan benut worden voor uitbreiding van de werkplaats, kan verhuurd worden, of kan ingezet voor de verkoop van bijvoorbeeld accessoires.
Tot zover de ‘nieuwe businessmodellen’. In mijn beleving geen nieuwe businessmodellen maar een zwakke herinrichting van het (dealer)netwerk. Het is een visie gericht op behoud van het bestaande. Zij het in een iets andere vorm. En dat is naief. Want de wereld om ons heen veranderd WEL in rap tempo. En zoals mijn mentor vroeger zei: 'Oud gedrag in een nieuwe situatie werkt niet'.
Met de huidige
arbeidsmarktontwikkelingen zijn er in 2015 niet eens meer genoeg arbeidskrachten om invulling te geven aan deze businessmodellen. We moeten, ook in de autobranche, leren om meer te doen met minder mensen en minder geld. In de marktomschrijving wordt aandacht besteed aan ontwikkelingen als ‘het nieuwe werken’.
Het nieuwe werken zal in rap tempo resulteren in minder kilometers op de weg en hiermee minder onderhoud en een langere levensduur van de auto. En toch gaan ze uit van verkoopaantallen die, als we een zwevend gemiddelde nemen, gelijk blijven. Internet krijgt wel een rol toegewezen als verkoopkanaal ‘waar aandacht aan besteed moet worden’, maar wordt zwaar onderschat.
Zolang we geen glazen bol hebben zullen we niet met zekerheid kunnen stellen hoe de (auto)wereld er in het jaar 2015, 2020 of 2100 uitziet. Het doorradicaliseren van trends en (technologische) ontwikkelingen geeft echter wel inzicht in meer
interessante scenario’s voor de toekomst. Scenario’s die kunnen bijdragen in nieuwe denkrichtingen en hiermee noodzakelijk zijn om als branche echt te kunnen innoveren. Of misschien wel gewoon om te overleven.
Voor mij staat als een paal boven water dat er in de toekomst geen plaats meer is voor
alle autodealers. Ik zie ze echter ook niet allemaal verdwijnen. Hetzelfde geldt eigenlijk voor importeurs, fabrikanten, onderdelenleveranciers, het universele kanaal en ga zo maar door. Elke speler in de waardeketen die geen directe waarde toevoegt zal het in de komende jaren voor zijn kiezen krijgen. Het is tijd om met de spreekwoordelijke bezem door de porseleinkast te gaan. Tijd om samen te werken aan een
ECHT duurzame autobranche.
De komende weken zal ik middels een serie blogs verder ingaan om een aantal belangrijke marktontwikkelingen en de kansen/bedreigingen hiervan voor de autobranche. Zelf wat te delen? Voel je vrij om te reageren!