Dat vroeg de troubadour die op weg was naar zijn volgende lied aan de kluizenaar die net voor zijn maandelijks bezoekje was afgedaald naar het dorp. ‘Naar wie zou je nu door moeten reizen?’ herhaalde de kluizenaar de vraag. Je gaat er dus vanuit dat je lied in dit dorp voorbij is, zei de kluizenaar peinzend en keek de troubadour vragend aan. Eigenlijk wel antwoordde de troubadour. Ik heb gegeven wat ik te geven had, mijn lied gezongen, mijn geld verdiend en dus moet ik verder reizen. Dus: ‘naar wie zou ik nu door moeten reizen?’
Ik hoor wat je zegt en begrijp je niet antwoordde de kluizenaar. Al heel mijn leven woon ik boven in alle eenzaamheid op mijn berg, ik bewerk mijn land, haal water en oogst en dat doe ik dag in dag uit, jaar in jaar uit en elk seizoen weer. ‘Naar wie zou
ik volgens jou door moeten reizen?’ vroeg de kluizenaar aan de troubadour. De troubadour had die vraag niet verwacht en was enigszins van zijn stuk gebracht. De kluizenaar moest de rollen nu niet omdraaien hun situaties waren immers niet te vergelijken. Hijzelf jong, vitaal en sprankelend van leven en altijd onderweg,
genietend van de wisseling van het landschap, de mensen die hij ontmoette, de vrouwen en zijn lied dat telkens weer nieuw was. En dan daar die kluizenaar die jaar in jaar uit feitelijk hetzelfde deed en nu aan hem vroeg naar wie hij door zou moeten reizen. De vraag irriteerde hem wanneer hij eerlijk was… en hij stond op het punt zich om te draaien en de kluizenaar te laten voor wat hij was.
Hij aarzelde nog en zette zijn eerste stap om de kluizenaar de rug toe te keren toen hem een licht opging… volgens mij begrijp ik wat je bedoelt kluizenaar.
Wat begreep de troubadour?