We staan bij
McDonalds, net op het moment dat de verkopers terugkomen van eten. Een meisje zegt tegen de jongen naast haar: ‘Floris, ben je er?’ En Floris zegt instemmend: ‘Ja, hoor, ik ben er.’
Haast een Fokke en Sukke cartoon in het hier-en-nu. Maar als ik in de lach schiet, kijken ze me beiden verbaasd aan. Waarom heb ik zo’n lol? Zij hadden uitgewisseld dat Floris klaar is met eten en nu weer achter de balie kan.
Als conflictkundige kom ik voortdurend in situaties, waarbij mensen niet door hebben wat ze zeggen. Of een gesprek van anderen horen en aannemen dat ze begrijpen waar het over gaat. Sterker nog, ze nemen van elkaar aan, dat ze precies weten waar ze het over hebben. En dus praten ze zo scherp langs elkaar heen, dat het lijkt alsof ze het met elkaar eens zijn. Tot er spijkers met koppen geslagen worden. Want dan blijkt het allemaal niet zo duidelijk.
Hoe meer onuitgesproken afspraken er gemaakt zijn, hoe meer ruimte voor fuzz.
Dat is een van de redenen waarom ik zo allergisch ben voor contracten. Want hoe meer je probeert vast te leggen, hoe meer er mis kan gaan.
Ik verlang naar de tijd dat we afspraken met een stevige handdruk en een rechtstreekse blik in de ogen kunnen bezegelen in plaats van een tien centimeter dik onleesbaar jargon document. Dat is pas een duurzaam contract, dat recht doet aan een duurzaam contact.
Duurzaamheid…kom ook naar
Feest op 09-09-’09!