Jan Willem Boissevain
- Saturday 30 January 2010 - 11:38
- 338 x read
Mijn vakantiewerk in de Rotterdamse haven herinner ik mij nog goed. Niet dat het werk zo spannend was, integendeel. Met een busje werden wij, Delftse studenten, opgehaald en naar de Leuvenhaven gereden. Daar kregen wij veiligheidschoenen, helm, handschoenen en overall. Gestoken in werkmanskostuum werd ieder van ons een plaats aangewezen. Ik werd zonder nadere instructie naar een lege kade gestuurd. Gelukkig kwam daar een tijdje later iemand langs om een praatje te maken. Het was een ervaren havenarbeider en hij wist mij het nodige te vertellen over het werk in de haven. Ik had volgens hem veel geluk met de mij toebedeelde taak. Vandaag kwam er geen schip in de haven en er hoefde dus geen schip gelost te worden. Ik was als uitzendkracht opgeroepen om de bezetting op peil te houden. Dat was namelijk afgesproken tussen de bonden en de werkgevers van de haven.
Na mijn studie had ik voorgenomen mij niet meer met zinloos werk in te laten. Als management consultant zou ik veel uitdagende opdrachten oppakken. De opdrachten begonnen steevast met het doorlichten van de organisatie. Door middel van interviews moest ik er achter komen hoe de processen liepen en wie daarbij betrokken was. Ik viel van de ene verbazing in de ander. Iemand vertelde mij dat zijn werkzaamheden bestonden uit het maken van een kopie van binnengekomen faxen. De kopieën werden opgeborgen in een map, maar die map werd door niemand geraadpleegd. Een hele afdeling was druk met het maken van rapportages. Die kwamen niet uit het financiële systeem, maar werden handmatig uitgerekend, uitgetypt en vervolgens naar een bedrijfsbureau gestuurd. Het bedrijfsbureau bleek bij navraag geen behoefte te hebben aan deze rapportages en alleen gebruik te maken van de standaard systeemrapportages. Vrijwel alle geïnterviewde medewerkers waren zich bewust van hun zinloze werk, maar zij hielden de schijn op uit angst om hun baan te verliezen. Een persoon vertelde mij spottend over zijn werk: “ mijn baas doet niets en ik help hem daarbij” .
In de jaren negentig zijn veel organisaties doorgelicht en gesaneerd. Typekamers en ondersteunende staforganen zijn verdwenen en hebben plaatsgemaakt voor werkplekautomatisering. In kantoren zitten medewerkers van negen tot vijf verborgen achter hun schermen. Niet iedereen heeft het druk, maar zij houden de schijn op druk te zijn. Je kunt makkelijk de hele dag besteden aan het lezen en beantwoorden van e-mail. Gemiddeld 15% van de medewerkers verveelt zich op de werkvloer. Zij verbergen dit meestal en doen alsof ze het druk hebben, soms zelfs door het maken van lange werkdagen. Organisaties waar veel verveling voorkomt worden gekenmerkt door interne gerichtheid met veel onderling overleg. Gebrek aan prikkels van buitenaf leidt tot stressverschijnselen. Een nieuwe kwaal is geboren: de bore-out.
Psychologen leggen de uitweg bij een bore-out meestal bij de medewerker zelf. Die moet zelf maar nadenken over veranderingen in zijn leven. Dat gaat volgens mij voorbij aan de oorzaak, namelijk de werkomgeving. Medewerkers werken met moderne ICT middelen, maar worden nog ouderwets in een kantoor met bureaus tussen de plantenbakken opgesloten. De negen tot vijf cultuur zal moeten verdwijnen en plaats moeten maken voor tijd- en plaatsonafhankelijk werken. Iedereen is dan vrij om zelfstandig de balans tussen werk, zorgtaken en sport te bepalen. De klassieke hiërarchie binnen organisaties moet veranderen in waarde netwerken. De medewerker krijgt dan volop kansen zich te ontplooien en zijn/haar baas faciliteert hem/haar daarbij.
Latest Change by: Jan Willem Boissevain on Tuesday 02 February 2010 - 21:16