BaanCoach
- Wednesday 06 October 2010 - 13:41
- 453 x read
Utrecht, 6 oktober 2010
Beste Geert,
Ik heb je hulp nodig. Ik kom ergens niet meer uit en misschien kun jij mij hiermee helpen.
Ik vraag het jou omdat jij in mijn wereld de expert lijkt op dit onderwerp. Ik luister graag naar experts in de hoop iets zinnigs op te steken. Ik heb veel van jou geleerd. Ik wil het graag met je delen en een advies vragen.
Ik zal je de context schetsen:
Ik ben een 38-jarige zelfstandig ondernemende moeder van een dochter van vijf, getrouwd met een Nederlandse man en zelf ook een typische kaaskop met Friese vader en Noord-Hollandse moeder. Ik fietste dan ook mijn hele jeugd over het Groningse platteland naar mijn overwegend blanke school. Zou je moeten aanspreken, denk ik.
Eind jaren negentig heb ik het noorden verruild voor het midden van het land. Ik wilde graag in een grotere stad wonen en aangezien mijn nieuwe baan en man zich in Utrecht bevonden ging ik daar heen. Wat mij vrij snel opviel in Utrecht, was dat er veel meer mensen met verschillende afkomst in deze stad woonden. In Groningen was in die tijd een behoofddoekte dame nog bijna een attractie; in Utrecht zag je deze dames veel meer. Het was onderdeel van het straatbeeld, net als mensen met andere kleuren, maten, haren, kleren, vormen, gewoontes, talen en talenten.
Ik zou twee maanden na verhuizing starten in een nieuwe baan, dus greep ik deze twee maanden aan om te gaan werken als poetsvrouw in de thuiszorg. Zo kon ik mooi op de fiets de stad en haar mensen leren kennen.
Ik kwam in alle wijken van de stad, waaronder Kanaleneiland. Ik trof daar zowel Hollanders als Marokkanen, Molukkers en nog veel meer. Mensen die hard hulp konden gebruiken omdat hen iets ernstigs was overkomen, bijvoorbeeld een ernstige ziekte of een ongeluk. Ik kwam in die sombere flatgebouwen waar kinderen in de portiek mooie Marokkaanse liedjes zongen. Kleine huizen voor hele gezinnen. Pa en moe sliepen soms in de woonkamer -hoewel niet vaak samen -want pa draaide veelal zware nachtdiensten en ma poetste overdag bij Hollanders. Bij al deze mensen werd ik met open armen ontvangen en kreeg een welgemeend bedank bij vertrek. Het waren mensen die ik in mijn hart sloot.
Na een aantal jaren Utrecht telde ik in mijn kennissenkring: onze Marokkaanse poetsvrouw waar ik met mijn hele gezin soms ging eten, een vriendin van Surinaamse afkomst, Koreanen, Polen, Denen en Spanjaarden. Wat een rijkdom! Veel verschillende mensen met nog veel meer verschillende ideeën. En de vrijheid om over al die ideeën te praten en ervan te leren! Heerlijk!
Maar nu, tien jaar later, krijg ik het opeens benauwd. Jij kwam in beeld en vertelde mij over de gevaren die voor mijn deur staan. Allochtonen zijn niet te vertrouwen, ze willen onze samenleving terroriseren en mijn leven als zelfstandige vrouw ondermijnen. Mijn dochter van vijf zal over twintig jaar niet meer als vrije vrouw in een vrije samenleving kunnen bewegen, is wat jij impliceert.
Omdat ik graag leer van experts ben ik over jouw woorden gaan nadenken. Jouw oraties over de andere levensstijlen maken indruk, veroorzaken een beweging bij mij.
En daar wil ik het graag met je over hebben!
Door jouw verhalen ben ik opeens bang! Ik fiets langs theehuizen met mannen die nog steeds hetzelfde compliment toefluisteren als ik voorbij kom. Vroeger glimlachte ik om het compliment, nu zoek ik er iets ergs achter.
Ik vraag me weleens af of mijn lieve Marokkaanse poetsvrouw niet stiekem onderdeel is van een terroristisch bolwerk en eens per week drie uur lang mijn huis als uitvalsbasis gebruikt voor haar maatschappijondermijnende activiteiten.
Ik span mijn spieren aan wanneer er een groep allochtone jongens voorbijloopt... Zullen ze me beroven? Beramen ze een aanslag op me omdat ik als zelfstandige vrouw een bedreiging vorm voor hun religieuze denkbeelden?
Onbewust geef ik mijn dochter mee dat ‘deze mensen’ niet veilig zijn. Mijn dochter van vijf - die nu aan haar vriendinnen uitlegt dat de poetsvrouw haar liefste vriendin is en dat ze altijd zo mooi versierd is met een doek en gekleurde handen!
Ik beleef angst en voel me beroofd van mijn vrijheid. Ik durf niet te genieten van al die verschillende kleuren, geuren, bewegingen en ideeën. Ik trek geen korte rokjes meer aan, want jij hebt mij verteld dat ik daarom word veroordeeld door alle allochtonen.
Ook zakelijk loopt het stroef. Als zelfstandig loopbaanadviseur en recruiter moet ik veel meer investeren om mensen van allochtone afkomst bij werkgevers te krijgen. Mensen met gedegen opleidingen en prima CV’s. Deze werkgevers lijken last te hebben van dezelfde angst.
Gevolg? Ik trek me terug in mijn veilige bastion en laat niet meer het achterste van mijn tong zien. Wat ben ik naïef en kortzichtig geweest, dat ik meende iets positiefs te kunnen uitwisselen met zulke mensen! Mijn eigen ideeën kan ik maar beter voor me houden. Thuis en binnen ben ik veilig als vrouw en ik moet maar niet teveel opvallen. Ik heb minder te besteden en meer angst.
Herken je dit, Geert?
Maar wacht eens… Nu raak ik in verwarring. Jij pleitte toch voor vrijheid?! Hoe zit dat dan? Hoe kan het dat ik veel minder vrijheid ervaar sinds jij hierover predikt?
Kun je mij uitleggen hoe ik het gevoel heb gekregen dat wij moeten leven in angst voor de ander? Dat wij niet meer van elkaar mogen leren? Dat ik alleen nog kan en mag praten met mensen die overal hetzelfde over denken als jij (en ik?) en maar beter niemand meer kan ontmoeten die mij andere invalshoeken zou kunnen bieden, mijn blik zou kunnen verruimen? Bedoel je dat ik mijn persoonlijke waarden maar beter kan inleveren omdat er nu eenmaal overal gevaar kan zijn? Dat ik moet leven in angst en volgzaamheid en maar beter niet meer zelf na kan denken?
Ik voel me beperkt en onderdrukt! Geert, kun je dit uitleggen aan mij?
Ik wil namelijk graag weer genieten van mijn vrijheid, mijn dochter zien bloeien en haar laten leren van de wereld.
Graag een antwoord.
Met vriendelijke groet, Maartje Kemme alias Ingrid