Ik kwam via twitter deze week een
mooi filmpje tegen over geld (via
@tonybosma) en waarom geld de bron is geworden van onze financiële ellende. Toevallig vroeg
Josje Feller me via twitter om eens in een blog aandacht te geven aan de Euro crisis. Hierbij, maar het is wel ff lezen!
Er is gewoon teveel geld in omloop waar geen enkele dekking meer tegenoverstaat anders dan ‘het vertrouwen’ van mensen. Vroeger werd geld 'afgedekt' door een echte hoeveel goud in de kluis van de nationale banken. Een bankbiljet was dan feitelijk een 'tegoed' bon. Na het afschaffen van deze 'gouden standaard' moeten we er maar op vertrouwen dat een papieren briefje en/of een serie bits en bites op je virtuele bankrekeningoverzicht van waarde is. En dat vertrouwen in de gevestigde (financieele) orde is gewoon weg. Zelfs waardepapieren van of geldleningen aan instituten die vroeger als ‘veilig’ werden beschouwd zijn dat opeens niet meer. Hoe dat komt?
In
mijn boek Society30 zeg ik daarover:
“In 1999 wordt in de Verenigde Staten de Glass-Steagall doctrine losgelaten. Daarbij vervalt de scheiding tussen spaarbankieren (zorgen voor het geld van de ander) en zakenbankieren (geld verdienen met geldscheppen). Het blijkt de opstap naar de neergang. Er ontstaan grote geldinstituten die een mix van financiële activiteiten ondernemen, waarbij het niet meer duidelijk is wie wat doet en wat van wie is. Van geld wordt geld gemaakt. Niet in het minst doordat de Centrale Bank in de Verenigde Staten de rente kunstmatig laag houdt; zij wil de economie stimuleren na de internet bubble van 2002. De berg geld wordt rijkelijk aangevuld vanuit het Verre Oosten; vooral China en ook de Westerse landen beschikken over de nodige sommen. In Nederland beschikken de pensioenfondsen, de lokale overheden en andere regentenclubs inmiddels over zoveel geld, dat men in het grote casino vrolijk aan het kapitaalspel gaat meedoen. Er is zoveel geld beschikbaar dat het platte sparen ervan weinig oplevert. Maar als sparen niets oplevert kun je aan de andere kant dus erg goedkoop geld lenen. De stap naar ‘geld met geld maken’ is dan snel gemaakt; de winsten vloeien rijkelijk. Dat je dat geld ook weer snel kunt verliezen was slechts een gedachte voor theoretici. De lust naar meer en nog meer, nog eens aangewakkerd door de inmiddels beruchte bonuscultuur, leverde allerhande nieuwe financiële producten op: derivaten, securisaties, leverages, off balance producten, maar ook mortgage backed securities en collateralized debt obligations (die laatste tegenwoordig ook wel Chernobyl Death Obligations genoemd). De ene benaming nog mooier en geheimzinniger dan de andere.
Zolang er voor al die producten maar kopers waren, die meer betaalden dan de gemaakte kosten, ging alles goed. En als die kopers er niet waren, werden ze gewoon gemaakt. Zo konden mensen geld lenen voor huizen, die ze op basis van hun inkomen – sommigen hadden niet eens inkomen – onmogelijk konden betalen. Ninja Loans werden ze genoemd: No Income, No Jobs & Assets. Als onze economieën groeiden en zolang iedereen, van consument tot producent en van Minister van Financiën tot Pensioenfonds, aan zijn verplichtingen kon voldoen ging alles goed en konden de banken steeds meer geld scheppen. Scheppen in de zin van creëren. De banken creëerden scheppen met geld. Zoveel geld dat iedereen aan zijn rente- en aflossingsverplichtingen kon blijven voldoen.
Het gevolg van dit alles is dat minder dan 5% van ons totale geldvolume nog haar oorspronkelijke functie kent, namelijk die van ruilhandel bevorderaar. De wereld zit gevangen in de greep van de groei. Geen echte groei, maar een financiële fictie, uitgedrukt in termen als Bruto Nationaal Product en andere theoretische economische graadmeters. Er is zoveel geld rond- en omhoog gepompt, dat iedereen het overzicht verloor en niet meer wist waar de oorspronkelijke bron van het geld lag. Het bleek steeds moeilijker de werkelijke waarde te bepalen van alle financiële bezittingen en producten, zeker op het moment dat de kopersstaking intrad. Als er geen markt meer is kan je ook niet vaststellen wat iets waard is. De waarde is immers altijd ‘wat de gek ervoor geeft’.
De econoom en Nobelprijswinnaar Friedrich Hayek waarschuwde ons in 1941, naar aanleiding van de depressie in de twintiger jaren van de vorige eeuw: “The past instability of the market economy is the consequence of the exclusion of the most important regulator of the market mechanism, money, from itself being regulated by the market process.” Hayek was van mening dat Centrale Bankiers nooit over de juiste informatie konden beschikken om adequaat te sturen. Daar achtte Hayek de wereldmarkt te complex voor: nogmaals, dat was in 1941…!??
In juni 2007 meldt de Amerikaanse bank Bear Stearns dat twee van de door haar beheerde hedgefondsen in de problemen zijn geraakt. Dit blijkt het begin van de vertrouwenscrisis in het financiële systeem. Iedereen gaat ’op zijn geld zitten‘. Kredieten worden niet meer verstrekt. Banken vertrouwen zelfs elkaar niet meer (en terecht!) en lenen elkaar geen geld meer. Laat staan dat ze nog leningen verstrekken aan bedrijven, die de geldstromen vanuit de banken net zo goed zagen opdrogen, maar aan diezelfde financiers wel hun torenhoge schulden moeten aflossen; met rente natuurlijk. Die bedrijven gaan vervolgens kosten besparen en onder andere hun mensen ontslaan. Daardoor zakte het consumentenvertrouwen in en werden er veel minder producten gekocht. De mondiale crisis is een feit geworden.”
Tot zover gaat het over financiële organisaties. Alleen hebben die organisaties niet alleen in vage producten belegd, maar ook veel geld geleend aan landen. Landen, die het niet zo nauw nemen met een gezonde verhouding tussen inkomsten en uitgaven. Als er in een land door politici veel ‘banen in ruil voor stemmen’ worden gecreëerd, waardoor er bijna 30% van de beroepsbevolking voor de overheid werkt ( in NL dus 11%), mensen die ook nog vanaf hun 52’ste mogen genieten van een staatspensioen, als er niemand belasting betaald om dat te financieren, dan komt zo’n land structureel veel geld tekort en gaat dus lenen. Totdat het moment aanbreekt dat de lenende partij zich realiseert dat zo’n land zijn schulden nooit meer kan terugbetalen. En dan loopt de zaak letterlijk vast.
Het laatste redmiddel is dan dat andere landen zo’n land gaan helpen. Daar zit overigens een groot eigenbelang bij. Duitland/Frankrijk/UK helpen Griekenland omdat anders Griekenland de schulden aan Duitse/Franse/Engelse Banken niet kan aflossen en deze banken dus in de problemen komen, die vervolgens dan weer gered moeten worden door de Duitse/Franse/Engelse en in mindere mate de Nederlandse overheid. Gevangen dus in het systeem (dat we in Europa de ‘Euro” noemen) en waarbij we onszelf steeds in de eigen staart happen. Politici durven dat niet uit te leggen aan de kiezers en daarom gaat dat ‘redden’ allemaal heel omslachtig en duurt dus feitelijk te lang. De onzekerheid blijft in de lucht hangen.
Het geld stroomt dus niet meer rond. In de VS wordt dat opgelost doordat de overheid dan gewoon weer nieuw ‘fictief’ geld in omloop brengt. In Europa doet de Europese Centrale Bank dat door ‘schulden van landen’ op te kopen. Wat we daar dan vervolgens mee moeten doen weet niemand. Dat opkopen is wel gelimiteerd. Banken met vorderingen op een land als Griekenland zullen die vordering dus ook (deels) moeten afschrijven/afboeken. De kettingreactie blijft voortduren: De Frans/Belgische Dexia bank kan niet genoeg (Griekse) schulden weggeven aan de Europese bank en moet afboeken. Daardoor ontstaat er zo’n verliespost dat Dexia feitelijk deze week failliet gaat. Zeker wanneer mensen en bedrijven massaal hun geld gaan ophalen bij zo'n bank. Nu staat de overheid deels borg voor de spaartegoeden bij banken als Dexia, dus als zo'n bank in de problemen komt moet de overheid feitelijk die bank overnemen (zoals we dat in Nederland met de ABN gedaan hebben) en van geld voorzien. Geld dat die nationale overheid ook niet heeft. Dus gaat die weer lenen en bezuinigen, door de belasting van burgers te verhogen, subsidies te verlagen etc. Daarmee remt de economische groei af en gaat die overheid dus minder belastingen ontvangen en is de negatieve vicieuze cirkel van het bedrijfsleven overgeslagen op de nationale overheden van de Westerse landen. Maar ja, boven die landen is niets meer, dus wat nu?
Tijdens mijn Society30 workshops op het
Frisinjehoofd event op 17 november zal ik de oplossingsrichting aan geven, zoals ik die in het boek
Society30 beschrijf. Het moet gewoon anders en het kan gewoon anders!