Los van het feit dat ik het uiteraard niemand persoonlijk toewens om minder opdrachten te krijgen, vind ik dat de kredietcrisis een louterende werking heeft op het nadenken over de toegevoegde waarde van adviseurs. Reeds in 2003 voorspelde Martijn van Oorschot in zijn boek 'Hoe gooi ik een adviseur eruit?' dat de gouden tijden van adviseurs voorbij zouden zijn. In het zeer recente boek Bye Bye Consultant doet Cees Min het dunnetjes over. Beide auteurs prediken over de beperkte toegevoegde waarde van adviseurs, interim-ers, consultants, accountants, organisatiedeskundige, zp-ers, coaches, externen en wat er zoal meer aan externen in organisaties rondlopen. Helaas heeft van Oorschot geen gelijk gekregen dat adviseurs met onvoldoende toegevoegde waarde geen toekomst hebben en Min maakt met zijn -overigens zeer mooi vormgegeven boek- op mij ook niet de indruk dat hij het 'gouden ei' heeft ontdekt. De kern van de oplossing ligt mijns inziens in een combinatie van het revitaliseren van het gilde model van meester-gezel-leerling en een duidelijke mentale contractering tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.
Een extern adviseur heeft een onderscheidend talent dat niet zou renderen als deze exclusief wordt beheerd door één organisatie. Het talent van een adviseur floreert juist het beste als deze op zo veel als mogelijk verschillende settings en situaties wordt losgelaten en uitgeprobeerd. Het vakmanschap groeit... ofwel vroeger noemde we dat het oog van de meester.
Daar zit precies mijn pleidooi voor het terugbrengen van het échte meester-gezel-leerling principe in deze barre tijden. Door het toepassen van dit aloude model uit het gilde tijdperk, wordt het specifieke talent van een meester op de lerenden overgebracht. Een duurzame ontwikkeling van jezelf tot een vakman/ -vrouw vraagt in eerste instantie om ondersteuning. In de tijd van overvloed aan werk voor externen hebben veel mensen de stap gezet naar een bestaan als zzp-er of zijn ingeschoven bij een adviesbureau. In deze overstap is het besef dat het vak van adviseurschap topsport is, niet door iedereen meegenomen. De kredietcrisis zorgt dat iedereen zich dit weer gaat beseffen.
Deze crisis zal met dit besef het vak van adviseurschap naar een veel hoger niveau brengen, dan we tot nog toe gewend zijn. Veel van de algemene adviesvaardigheden hebben beginnende adviseurs snel in hun knapzak, maar juist de échte ontwikkeling van hun talent heeft zo veel meer potentie als zij worden ondersteund door een vakman. Hierbij moeten de meesters en gezellen wel in staat zijn om zich te laten verwonderen door het talent van de leerling. De verwondering over dit talent in combinatie met de expertise van de meester zorgt voor een nieuw soort adviseur dat weer échte toegevoegde waarde nastreeft. Adviseurs gaan weer echt 'value for money' leveren voor de organisatie die zijn/ haar specifieke talent nodig heeft om te excelleren. Het inzetten van de adviseur vraagt overigens ook een grote inspanning van de organisatie die de adviseur inhuurt.
Organisaties moeten zichzelf weer verantwoordelijk voelen voor het geven van een duidelijke opdracht op basis van hun behoefte. Hier ontvouwt zich een andere louterende werking van de crisis. Opdrachtgevers worden weer aangesproken op hun verantwoordelijkheid om zelf te formuleren wat zij nodig hebben. Veel adviseurs hebben enorm veel baat gehad bij de incompetentie binnen organisaties om hun eigen behoefte te formuleren. Door 'consulting by fear' werden opdrachtgevers allerlei doemscenarios -en toevallig bijbehorende producten en diensten- voorgeschoteld. Zij legden hun eigen lot maar al te graag in de handen van de alwetende externen.
In de huidige turbulentie nemen opdrachtgevers weer tijd nemen om de toegevoegd waarde van de adviseur met hun te bespreken. Wat verwachten we van elkaar? Hoe zullen we het samen doen? Deze contractering moet echter niet leiden tot meters contracten om elkaar aan afspraken te houden, maar moet leiden tot een duidelijk beeld over de toegevoegde waarde die de adviseur voor de organisatie kan betekenen. Dit alles in een context van vertrouwen in de potentie van de adviseur voor het leveren van toegevoegde waarde. Indien de adviseur de toegevoegde waarde bij de uitvoering van de opdracht onvoldoende duidelijk kan maken, is het meer dan terecht dat de adviseur de opdracht niet krijgt. Hopenlijk blijft dit in minder barre tijden hetzelfde.
Ik roep alle adviseurs op om ons vak te revitaliseren tot het herinstalleren van onze Craftmanship! Overigens veel succes en plezier in deze onrustige periode.
Alle goeds en hartelijke groeten van een lerende adviseur.