Vorige week sprak Michel Bauwens op een
Open Koffie van het Ministerie van LNV. Michel Bauwens is de initiator van de P2PFoundation. Eén van de figuren uit
zijn prezi sprak mij bijzonder aan:
Hierop ben ik wat verder gaan filosoferen en heb ik een aanzet gegeven tot deze scenariostudie.
Stel je eens twee uitersten voor: een wereld waarin alles steeds meer open wordt, vrij toegankelijk en zonder licentiebeperkingen tegenover een wereld waarin alles dichtgetimmerd zit.
Stel je verder voor dat in deze twee werelden ofwel het geld steeds belangrijker wordt als ruilmiddel tegenover een situatie in de beide werelden dat geld juist steeds minder belangrijk wordt ten opzichte van andere mogelijkheden van ruilen. In een schema ziet dat er dus zo uit:
Als je alle assen tot het extreme eind afloopt ontstaan er 4 werelden die weliswaar voorstelbaar zijn maar sec nooit voor zullen komen. Het is ook niet te voorspellen of een dergelijke extreme samenleving zal gaan ontstaan. Het is echter een goed hulpmiddel om over de toekomst te filosoferen. In het echt zullen elementen van alle werelden voorkomen.
Wereld A: de wereld van de geleide plan economie, een gesloten samenleving waar de geleide productieplanning boven het geld verdienen staat.
kenmerken: veel overheidsbemoeienis. Het staatsapparaat heeft een sterk regulerende taak en heeft daarvoor inzicht nodig in alle onderliggende bedrijfsprocessen. Een open internet is maar zeer beperkt nodig.
Wereld B: De wereld van het grote geldverdienen met intellectueel eigendom.
Dit is de wereld van het kapitalisme pur sang. Merkbelangen gaan boven gebruikersbelang, monopolievorming. Informatie is veelal eenrichtingverkeer, vendor lockin is eerder gewenst dan uitzondering
Wereld C: de wereld van de vrije markt economie. Hoewel hier ook veel gesloten elementen in kunnen voorkomen zal het vooral een handelaars wereld zijn. De wereld van het shoppen. Snelle informatie is nodig om als eindgebruiker keuzes te kunnen maken.
Wereld D: De wereld van de ruilhandel:
Kenmerken:
verbindingen nemen hier de rol over van het geld. Netwerken zijn belangrijk. Een goed inkomen wordt vooral verkregen door onderlinge gunningen Dit leidt bijna als vanzelf naar meer
duurzaamheid. Immers een dienst (of product) wat niet voldoet zal de volgende keer niet meer bij dezelfde ondernemer worden afgenomen. Wereld D kan pas echt wereldwijd succesvol worden als er vrije informatieuitwisseling mogelijk is.
Het lijkt mij leuk om eens met een aantal mensen te brainstormen hoe de diverse extremen er uit zouden (gaan) zien om daaruit te destilleren wat in alle werelden voorkomt (en dus bijna zeker in de toekomst voor zal komen). Maar ook om met name wereld D eens verder te beschrijven.