Arjan van Dijk

Toe maar! Over grenzen en vrijheid.

Arjan van Dijk - Sunday 09 October 2011 - 22:37 - 50 x read
Daar zit ze dan, voorop de fiets achter het doorzichtig plastic schermpje. Trots en blij om zich heen kijkend met het nepstuurtje in haar hand. Een jaar geleden wachtten we met spanning op de bevalling en haar komst. Nu zit ze daar met haar blonde haartjes wapperend in de vlaagjes wind die nog wel langs het schermpje waaien. “Broem, broem “, doet ze. Alsof ze zelf een enorm gewichtige machine bestuurt. Begin augustus werd mijn dochter Norah één jaar oud en nu fiets ik hier met haar door het mooie Friese Gaasterland, waar we net zijn gaan wonen.

Wat een feestje van ontdekking is het leven als je één wordt. Alles is nieuw en spannend en fris. En wat ziet de wereld er anders uit als je na maanden te hebben gekropen ineens kunt staan en voorzichtige stappen zet, die allengs onvoorzichtiger worden. Het kan allemaal als je papa en mama of andere sterke grote liefhebbende mensen achter je staan en zeggen “toe maar” en soms “nee, stop, niet doen!”. In de balans van die twee opvoedende en leidende termen ligt een wereld besloten.

Wie vaak genoeg “toe maar” hoort en soms een duidelijke “stop” kan zich ontwikkelen met een gezond zelfvertrouwen, vol energie om de wereld tegemoet te treden. Soms voorzichtig, soms overmoedig, maar altijd in de gezonde beweging “voorruit”.
Wie vaker “stop” hoort en zelden “toe maar”, vergaat het anders. Die wordt afwachtend, voorzichtig en angstig of….van de weeromstuit: brutaal, grensoverschrijdend en egocentrisch. Qua beweging kun je zeggen in de “achterruit” of in de “overdrive”.

Een paar maanden geleden had ik een gesprek met een man die mij nog een heel andere variant vertelde. Opgegroeid in een groot en vrij gezin kreeg hij, zoals hij het zelf verwoorde, alle ruimte. Maar dan ook álle ruimte. Een onbegrensd vertrouwen van zijn ouders leidde tot een stormachtige ontwikkeling, een vrije geest en een torenhoge zelfoverschatting. Zijn grootste gemis? Rust en verbinding. Er waren immers geen grenzen en wie geen grenzen stelt lijkt zich niet te bekommeren, geeft de indruk dat het hem of haar niks kan schelen. En als het niet uitmaakt dat je als kind je hoofd stoot, met blote voeten door de splinters loopt of omvalt van de slaap, ontwikkel je een chaotisch en eenzaam wereldbeeld. Talentvol, succesvol was hij, maar eenzaam. “Niemand ziet mij”, vertelde hij me. Terwijl dat feitelijk verre van correct was, want hij had juist nog een interview gegeven.

Mijn gedachten dwalen af naar al die ouders die – vaak terecht- met de handen in het haar de tomeloze ontdekkingsdrift van hun kind in goede banen proberen te leiden. Of al die managers die zo dolgraag willen dat het personeel creatief, zelfverantwoordelijk en pro-actief is, maar niet ten koste van het uitgestippelde beleid, de jaarcijfers en de status van de directie.

Grenzen geven duidelijkheid en veiligheid. Wie een grens stelt laat merken dat hij/zij betrokken is, wil beschermen en groei in banen wil leiden. Maar, wie alleen maar grenzen stelt beknot en maakt ontwikkeling en ontdekking onmogelijk. Per saldo gaan mensen daarvan in de “achteruit”.

Een tijd geleden had ik daarover met een directeur een boeiend gesprek. Die wilde vrijheid en creativiteit in zijn organisatie. Maar, tegelijkertijd ook een torenhoge productie en volstrekte uniformiteit. Ik vroeg hem hoe hij dacht dat enorme dilemma te gaan aanpakken. Dat werd een boeiend gesprek waarin we samen tot de conclusie kwamen dat een mate van wanorde en het loslaten van de totale controle juist heel bevrijdend werkt voor creativiteit en het nemen van verantwoordelijkheid. Als het doel en de visie maar helder zijn.

Echte ontdekking ontstaat bij ruimte én grenzen. Een duidelijk speelveld en een helder doel. En soms ontstaat duidelijkheid pas tijdens het spelen en is die niet vooraf te geven. Maar wie niet onverschillig is, maar betrokken blijft kan ook gaandeweg “toemaar” roepen en wanneer nodig “stop”!

Ik fiets door langs de weilanden en bossen en mijn dochter ontdekt de fietsbel. Ze belt wat af en kraait van plezier als voorbijgangers opkijken van het geluid. Ik word wakker uit mijn overpeinzingen en zie de degradatie van de fietsbelfunctie voor ogen plaatsvinden en zeg een duidelijk “stop”. Na twee keer tarten, stopt ze het bellen en ik houd mijn lachen in. Want, wie lacht als hij stop zegt, is ongeloofwaardig. We vervolgen de weg met het nadoen van schapen. Wat een vrijheid.


Comment on this article

Subscribe via email

Follow the comments of this article by email: