Op eerste kerstdag heeft mijn vader van 84 jaar een hartinfarct gehad. Snelle actie, iedereen in touw en de gezondheidszorg werkte als een trein. Misschien is dat geen goede vergelijking momenteel. Mijn vader heeft 40 jaar bij de NS gewerkt dus in die zin een logische woordkeuze. Mijn vader is stabiel en leeft nog. Er is een versleten lijf, hij heeft kerst overleefd, hij is humoristisch, ongedurig, hij is verward en hij mist mijn moeder met wie hij al meer als 60 jaar samen is. Hij wil naar huis naar zijn eigen bed en naast zijn ‘meisje’ liggen zoals hij zelf zegt.
Alles werkt dus en er wordt adequaat actie ondernomen. Dit is temeer van belang daar hij na deze ziekenhuisopname niet naar huis kan.
Voor 2011 wens ik ieder van ons die mate van vanzelfsprekendheid die een basis biedt om vragen te stellen. Vragen over van alles en nog wat, vragen die er toe doen; een betekenisvolle vraag. Vragen die bij nader inzien leiden tot een vanzelfsprekend antwoord. Vragen soms ook gewoon, omdat ze gesteld moeten worden, als opening naar contact.
Een vraag geeft ons de mogelijkheid om te verbinden. Om werelden te verbinden. Zo simpel is dat. Een vraag stelt ons oordeel uit of nodigt ons uit om dat weer ter discussie te stellen. Met een vraag nodigen we uit om algemeenheden concreter te maken: ‘He, ik begrijp(kan dit letterlijk nog niet vastgrijpen) dit nog niet. Wil je mij dit uitleggen, misschien zie ik wel dingen over het hoofd.
En natuurlijk ziet ieder van ons vanuit het eigen referentiekader(wereldmodel), dat voor onszelf vanzelfsprekend is, zaken over het hoofd.
Ik stel vragen over de reden wat maakt dat mijn vader achter de deur in zijn kamer zit te staren naar zijn bed, een lampje, een kale muur? Om welke redenen de verpleegkundigen hem niet in de deuropening zetten zodat hij de gang in kijkt mensen voorbij ziet komen die hem wellicht groeten (situatieschets: het was qua aantal patiënten heel rustig op de afdeling cardiologie, mijn vader ligt alleen op een tweepersoonskamer. Dus niemand heeft er last van wanneer hij in de deuropening zit met zijn stoel).
Of het in mijn lekenblik echt rustig was, heb ik gecheckt bij mijn zus die op een IC werkt. Die beantwoordde mijn vraag met: ‘Ja, het is rustig hier’. Ik vroeg: ‘Wat maakt dan dat ze hem niet in de deuropening zetten?’ Zij antwoordde: ‘Tja, dat is niet gebruikelijk’.
En daarom wens ik mezelf en jullie voor 2011 die mate van vanzelfsprekendheid die veel vragen oplevert!