De kerstdagen staan voor de deur, een periode die traditioneel gekoppeld wordt aan toename van lichaamsgewicht. Anders toch wel het nieuwe jaar, waarbij een afname van dat gewicht voor de eerste paar dagen op het programma wordt gezet door velen. In dit stuk breng ik een blijde boodschap voor die mensen die van lekker eten houden of hen die nou eens werkelijk lichter op de voeten wensen te staan. Dat kan, met vet.
De fabeltjes rond vet
De indoctrinatie van de leugenaars uit Zoetermeer heeft veel mensen doen geloven dat vet slecht is. De schijf van vijf, de icoon van gezonde voeding, wijst een karig segmentje toe aan vet. Volgens het Voedingscentrum zijn de enige verantwoorde vetten plantaardig, onverzadigd en feitelijk ‘industrieel’. Wie de schijf volgt die zoekt z’n heil in koolhydraten zoals rijst, brood, aardappelen en pasta: de échte dikmakers. Met diëtisten, tabellen en stapels rijstwafels ondergaan hele groepen een vrijwel kansloze beproeving, een martelgang waar het lichaam weerstand aan biedt. Het jojo effect.
De fabel over verzadigd vet, dat het slecht is, stamt uit de vijftiger jaren. Een wetenschapper genaamd Ancel Keys publiceerde toen een 6-landenstudie, nadat hij 16 landen uit z’n verhaal had verwijderd. Dat cholesterol eten ook verhoogd cholesterol in het bloed oplevert, die fabel stamt uit begin vorige eeuw. Een Russische wetenschapper (Nikolaj Anitschkow) voerde konijntjes cholesterolrijk voer (hersenen) en daar gingen de plantenetertjes massaal aan dood. Goh…
Wat aten we vroeger?
Het moderne dieet wat we nu eten als Westerse mens, dat eten we maar pás. Ons lichaam is nog aangepast aan het dieet van de jager-verzamelaar, wat we vroeger waren. Dat dieet bestond uit besjes en vruchtjes, bladgroenten en voor de energie verzadigd vet van dierlijke oorsprong. Vroeger aten we orgaanvlees en het vet van dieren. Het klinkt tegenstrijdig, maar juist dát is gezond voor hart & vaatstelsel.
De jagers-verzamelaars die we nog bestaan eten nog steeds een dergelijk dieet: de magere Afrikaanse Masaï en Rendille, en de Tokelau bij Nieuw-Zeeland hebben een dieet van meer dan 60% energie uit vet. Nanuk, de Eskimo, bereikt zelfs 75% vet. En het is hoofdzakelijk verzadigd vet wat ze eten. Nanuk eet vis en ‘blubber’, het huidvet van zeehond of kleine walvis. Zijn hart en vaten zijn kerngezond, vergelijkbaar met de eilandbewoners van Kreta.
Van andere volken kennen we gelijke verhalen. De Indianen jaagden pas op bisons als de beesten wat vet hadden gevormd, later in het seizoen. Aboriginals in Australië gooiden een kangoeroe zelfs weg als het geschoten beest te mager was.
Je kunt nog denken dat we met een warme kantoorbaan te weinig bewegen en dat ons dieet dus moet worden bijgesteld. Dat klopt dan wel voor hoeveelheid, niet voor samenstelling. Ons lichaam wil vet.
Het alfa tot omega van onverzadigd vet.
Er bestaan verzadigde en onverzadigde vetten. De dierlijke vetten zijn vooral verzadigd, waarvan we inmiddels gezien hebben dat we daar prima op draaiden. Onverzadigde vetten vinden we veel in plantaardige olie en ook in bijvoorbeeld vis. Je kunt ze niet zonder meer als ‘gezond’ bestempelen. Het gaat er namelijk om wat voor soort onverzadigd vet het betreft.
Het toverwoord ‘linolzuur’ is verdwenen uit onze reclames. Becel schermt tegenwoordig vooral met ‘extra omega-3’. Dat is niet voor niets want de verhouding omega-6 tegen omega-3 staat op een ongezonde 30:1 tot 50:1. Het ideaal is 1:1, een gelijke inname. In ons lichaam wedijveren deze omega’s om dezelfde enzymen. Linolzuur is een omega-6 vetzuur dat de hartpatiënt eerder funest wordt dan dat het de gezondheid bevordert.
Omega-3 vetzuren krijgen we te weinig binnen. Dit zijn de vetten die we vinden in dierlijke produkten, zoals vlees en zuivel van koeien die gras aten (en dus geen soja). Plantaardige bronnen zijn er ook, zoals amandelen, walnoten, pistache en zaden als chia, flax of hennep. Van omega-3 mogen we meer binnen krijgen, véél meer. Extra inname van omega-3 levert vaak tal van gezonde effecten op. Het stemt zelfs vrolijk.
Omega-6 vetzuren vinden we vooral in plantaardige bronnen zoals soja, mais, zonnebloem en hun olieën. Ook in margarine vinden we deze vetzuren terug. Zoek ze niet op. Je kan ze door de overmaat in ons dieet ‘ongezond’ noemen.
Omega-9 vetzuren vind je veel in olijfolie. Olijfolie helpt de opname van omega-3 en combinatie is daarom een goed idee.
Transvetten: Dit zijn onverzadigde vetten en staan bekend als ongezond. Deze vetten zijn vooral een produkt van de industrie, waar plantaardige olieën in drukvaten met waterstof worden omgevormd. Het proces heet ‘hydrogeneren’ of ook wel ‘verharden’. Prima voor de produktie van benzine, niet voor iets om eten mee te maken. Toch gebeurt het. De vetten die hierbij ontstaan zorgen dat koekjes (en dergelijke) langer houdbaar zijn. Ook in margarine vind je deze vetten. Het punt is dat ons lichaam met deze onverzadigde vetzuren geen raad weet. Ze maken ons dik. (Scheikundig is trans een naam voor de vorm die een dubbele binding heeft, een stuk van het vetzuur, een zig-zag vorm.)
Cisvetten: Hier hoort u niks over. Dit is het omgekeerde van transvetten, het is vet zoals de natuur het maakt en zoals ons lichaam het graag ontvangt. (Scheikundig is de eerder genoemde dubbele binding ‘twee keer de hoek om’. Zie onderstaande enkelvoudig verzadigde vetzuur, een omega-9.).
Verzadigde vetten: Deze vetten vinden we in veel dierlijke produkten: vlees, boter, reuzel, zuivel en eieren. Je lichaam is er dol op en je wordt er niet persé dik van. Behalve dat deze vetten je energie leveren zijn er tal van organen waarvoor ze essentieel zijn zoals hart, longen, huid, immuunsysteem en hersenen. Verder zorgen deze vetten voor het transport van vet-oplosbare vitaminen. Veel veganisten gaan op dit onderwerp de mist in, wat zich uit in gezondheidsklachten die als sneeuw voor de zon verdwijnen zodra ze spek en reuzel hervinden. Ze maken trouwens nog een kans als ze kokosvet gebruiken. Dat bestaat ook voor 90% uit verzadigd vet en heeft een groeiende reputatie als supergezond. Ook dit vet maakt niet dik, zoals een boer ontdekte die z’n vee kokosvet voerde. Ze vermagerden en werden meer aktief. Het spul is ook een heilzaam huidsmeerseltje. Palmvet is tot slot ook een gezonde bron van verzadigd vet, al durf ik niet m’n hand in het vuur te steken over de oorsprong (ontbossing). Palmvet wordt vaak 'vermomd' onder de nietszeggende naam
plantaardig vet.
Cholesterol: Laat je niets wijs maken: er is maar één cholesterol. Goede of slechte bestaat niet. Je lichaam maakt zélf 80…90% van dit spul voor de opbouw van celwanden en tal van andere belangrijke taken. Of het in je eten zit maakt niets uit. Dus neem nog een ei of wat plakjes cervelaat van échte hersenen (welke slager maakt het nog?).
Frituren en bakken doe je trouwens bij voorkeur in verzadigd vet. Verzadigde vetzuren zijn namelijk veel minder gevoelig voor oxidatie. Oxidatie maakt vetten ongezond. Walmen en ranzig worden verzadigde vetten niet snel. Zorg ervoor dat de frituur niet boven 180 ºC komt, filter het vet na gebruik en je vet gaat wel 50 bakbeurten mee. Geschikt zijn kokosvet, palmvet en niervet. Dit laatste kan je zelf uitbakken. Mijn slager rekent er niets voor en gooit het normaal gewoon weg. Moderne mensen willen het niet. Ze moesten eens weten want met niervet worden frietjes pas écht lekker.
Zo zie je maar hoe de wildste verhalen voor waar worden versleten. Ga dus maar lekker los op vette voeding zoals volvette kaas, échte boter, spek, paté, noten, avocado, olijfolie en – als je durft – escargots in knoflookboter! Daar gaat het niet aan liggen. En dat verplichte brood, doe daar maar rustig mee want dáár zit wat in!