Vandaag een aardig artikel gelezen in de Volkskrant over schaalvergroting en de gevolgen.
Ik wil een aantal delen van de tekst delen met jullie.
A.
Op een prettige manier overleven kan een mens alleen als rekening wordt gehouden met de beperkingen van ons sociale brein. Van Vugt: Je kunt best grotere sociale structuren creëren, zolang je er maar voor zorgt dat die toch iets kleins houden. Bij mijn Vrije Universiteit werken ruim 20 duizend mensen. Dat kan alleen goed gaan doordat die mensen zijn verdeeld over faculteiten en vervolgens over afdelingen. Voor mij is de VU mijn eigen afdeling, die inderdaad 150 mensen telt. Organisaties kunnen groter groeien, onder druk van concurrentie en competitie, maar als ze niet ook dat kleinschalige houden, gaat er iets fout. En dat zie je in deze tijd van schaalvergroting nogal eens gebeuren.
B.
Willen bedrijven en overheden succes hebben, dan moeten ze in alles wat ze doen rekening houden met de aap in ons. En die wil tegenstrijdige dingen. Van Vugt: Aan de ene kant is er behoefte aan voorspelbaarheid en controle, wat tot zoiets als schaalvergroting leidt: aan de andere kant houden we een ontzettende sterke behoefte aan intieme relaties en informele contacten, met weinig machtsverschillen. Die verdragen elkaar niet goed.
C.
De manier is om direct en informeel te communiceren. Leiders moeten zichzelf zichtbaar maken, blootgeven, want zo zijn we biologisch nu eenmaal geprogrammeerd: we willen graag iemand volgen, maar alleen als we denken dat we hem / haar redelijk kennen, en vermoeden dat hij /zij ons iets te bieden heeft. Persoonlijk contact is ongelooflijk belangrijk. Laat je zien!
• A - 150 mensen is nog altijd ongeveer het aantal mensen dat je maximaal kunt kennen.
• B - Managers zijn geobsedeerd door efficiëntie en schaalvergroting. Vaklui (leraren, verpleegster, programmamakers) zijn geobsedeerd door kwaliteit en menselijkheid.
• C - aandacht en vertrouwen zijn de basis.
Bij mij komt ook de kreet effectiviteit naar boven als de 3e weg.
Maar voor wie ben je effectief? Is er een gemeenschappelijk doel?
Kunnen we een gemeenschappelijk deel benoemen? En als we dat kunnen is er dan misschien een basis gelegd om samen te werken? Ik weet het ook niet precies. Maar ik heb een sterk intuïtief vermoeden dat hier ergens een oplossing voorhanden ligt.
De stukken tekst (A,B,C) zijn opgetekend door Wilma de Rek.
Voor aanvullende informatie kan ik je ook de boeken van Richard Sennett aanbevelen.