Zaterdagochtend half negen, boodschappen bij Albert Hein. Wat standaard dingen en een zakje rucola. Even later kom ik langs de moestuintjes. Daar staat een tafel met kistjes groenten en fruit in de berm. Een lieve dame er naast die de verkoop doet. Wat mannen achter haar in de tuin zijn aan het werk en zorgen voor verse aanvoer. Frisse bosui, verse knoflook, snijbiet (wat is dat ook alweer?), rucola, prachtige bossen lollo rosso, kraakverse sugar snaps en bloedmooie aardbeien. Ik wil alles wel hebben. Ik voel me ter plekke gezond worden. En dan komt de meneer ook nog met bossen prachtig gekleurde radijsjes aanlopen. Die wil ik ook. De geur van al dat verse groen maakt me blij en de zon schijnt en ik ga vandaag allemaal leuke dingen doen. Mijn dag kan niet meer stuk! Even later vertrek ik met een hele lading groenten en fruit. Thuis pak ik de boodschappen uit. De rucola van de Albert Heijn ziet er opeens verdacht zompig uit naast de verse variant van de moestuin. Ik kieper het zo de vuilnisbak in. Ik stal de verse waar mooi uit zodat ik er de hele dag naar kan kijken en er van kan genieten. Wat een bizar idee toch dat ik zo blij kan worden van iets wat eigenlijk de gewoonste zaak van de wereld zou moeten zijn. Hoever ben ik afgedwaald van het voedsel dat moeder aarde ons biedt. Ik ben vertrouwder met Albert Heijn dan met de moestuin. Ach, ik ben gewoon een stadse vrouw van deze tijd. Die moeten er ook zijn. Toch?
.JPG)