Maud Akkermans
- Sunday 06 February 2011 - 15:37
- 41 x read
Waar verlang jij naar?
Naar een arm om je schouder?
Naar weten dat je belangrijk voor iemand bent?
Naar gezien worden?
Naar gehoord en gesnapt worden?
Naar lieve woorden?
Naar troost?
Naar tot rust kunnen komen?
Naar je gedragen weten?
Naar voelen dat je er helemaal mag zijn?
Misschien vind je het confronterend als ik je er zo rechtstreeks naar vraag. Over het algemeen vinden we ons verlangen maar ingewikkeld. Vooral een verlangen dat niet zomaar vervuld lijkt te kunnen worden, vinden we vaak vreselijk. Hunkeren naar iets en het niet hebben; een tantaluskwelling. Hunkeren op zich vinden we vaak al vreselijk.
We gaan meestal op één van twee manieren om met verlangen. Of we gaan hard aan het werk om het vervuld te krijgen óf we drukken het weg. De eerste weg maakt ons zoekend, grijpend, vragend en ontevreden. De tweede weg maakt ons hard, droog en ook ontevreden. Als we een van deze twee houdingen zitten, kijken we neer op de andere houding. En in het Westen hebben we sowieso meer de neiging om onszelf als onafhankelijk en zelfstandig te willen zien en niet verlangend.
Gelukkig is er een derde manier. De middenpositie. Het helemaal waar durven laten zijn van je verlangen én tegelijkertijd niet de vervulling ervan eisen. Dat zijn we niet gewend. Daarom leg ik je hieronder uit hoe je dat kan doen.
Laat al je stoerheid los. Alle idee dat je zelfstandig moet zijn, onafhankelijk. Sta je zelf toe dat je een symbiotisch verlangen hebt. Dat je wel zelfstandig 'doet' maar dat je eigenlijk heel erg hongerig bent naar liefde, erkenning, grond en veiligheid. Gewoon even helemaal toestaan. Sta jezelf toe dat je zoveel verlangen hebt.
Wat merk je dat er gebeurt? Als je het jezelf echt toestaat, zul je waarschijnlijk iets voelen van onspanning, zacht worden, warm worden. Als je dat door laat gaan, zul je merken dat je zelfs zomaar blij wordt, misschien zelfs gelukkig. Je kan misschien ook merken dat je je verbonden gaat voelen met je omgeving, bijvoorbeeld de mensen om je heen.
Heel bijzonder hoe dat werkt. Ons verlangen niet toestaan - er of vervulling voor zoeken of het wegduwen - zorgt ervoor dat we ons afscheiden van onszelf en onze omgeving. Als je dat verlangen dan weer wel echt toestaat, is er verbinding. Misschien herken je zelfs wel dat je verlangen daarmee eigenlijk gewoon vervuld is. Wat een wonder
!Ik wens je veel verlangen en veel verbinding!