John Sas
- Monday 18 January 2010 - 20:54
- 107 x read
Een verhaal over verlangen. Het verhaal van de jonge boerenzoon.
In het oude China was er eens een jonge boerenzoon. Hij wilde heel graag toetreden tot een gemeenschap van monniken. Deze was gevestigd in een klooster, boven op een berg. Vanuit de boerderij waar hij geboren was en ook nog steeds woonde, kon hij het klooster, heel hoog in de verte, boven het landschap uit, zien.
Van jongs af aan was de boerenzoon al gefascineerd door het klooster. Toen hij nog maar net kon praten, begon hij zijn ouders al van alles over dit klooster te vragen. Zijn vader vertelde hem honderd uit over het klooster, omdat ook de vader zelf, van kinds af aan, veel interesse had gehad voor het klooster. Hij had zelfs wel eens een bezoek gebracht aan het klooster, maar verder dan dat was hij nooit gekomen. Naarmate de jongen ouder werd, vertelde de vader steeds minder over het klooster. Hij hield veel van zijn zoon en zag dat hij zich ontwikkelde als een harde werker op de boerderij. Hij bedacht zich dat, door verhalen over het klooster te vertellen, zijn zoon een verlangen zou kunnen ontwikkelen om toe te treden tot het klooster. Wanneer zijn zoon dan ook werkelijk zou toegeven aan dat verlangen, dan zou dat betekenen dat hij zijn vader niet kon opvolgen op de boerderij.
De terughoudendheid van de vader mocht echter niet baten, want op een zekere dag verlangde de jongen er zo sterk naar om monnik te worden, dat zijn vader hem, met spijt in zijn hart, toestemming gaf om naar het klooster te gaan. “Als je wilt, mag je altijd bij mij terug komen!” riep de vader hem na, op de dag van zijn vertrek. De jongen draaide zich nog één keer om, zwaaide naar zijn familie en begaf zich op het pad naar de berg dat hem tenslotte bij de poorten van het klooster zou brengen.
De jongen verwonderde zich over het feit dat het nog zo’n lange wandeling was om er te komen, maar aan het einde van de dag klopte hij aan bij de poort van het klooster. “De meester verwacht u” zei de monnik die open deed. Dit verraste hem enorm, want hij had geen bericht gestuurd dat hij zou komen.
De jongen maakte een diepe buiging toen hij bij een oude monnik werd binnengebracht, die hem werd voorgesteld als de leider van het klooster. De boerenzoon zei: “Meester, ik wil graag monnik worden”. De oude monnik keek hem vriendelijk aan en zei: “Dat is mooi. Maar, vertel mij, wie ben je?
Hij vertelde dat hij op één van de boerderijen was opgegroeid beneden aan de berg. Hij vertelde wie zijn vader en moeder waren, hoeveel broertjes en zusjes hij had en dat hij hun oudste kind was. Ook vertelde hij, met trots, dat hij al van jongs af aan monnik wilde worden. De meester antwoordde, nadat de jongen uitverteld was: “Dat is mooi, maar wie ben je?
De boerenzoon was blij met de interesse van de oude monnik en vertelde dat hij altijd gehoorzaam was geweest aan zijn ouders, dat hij zijn ouders zoveel mogelijk had geholpen met de taken op de boerderij en dat hij de ijverigste leerling was geweest op school. Ook sprak hij over het feit dat zijn ouders hem vaak als voorbeeld hadden gesteld voor zijn jongere broers en zussen.
Hij vertelde ook dat zijn vader hem nog na had geroepen dat hij altijd terug mocht komen wanneer hij dat wilde. Maar hij had direct spijt toen hij dat gezegd had. Want stel je eens voor dat de oude monnik hem niet zou toelaten tot het klooster en dat hij geen monnik zou mogen worden! Maar de oude monnik zei alleen: “Dat is mooi, maar wie ben je?” en bleef hem vriendelijk aankijken.
Vanaf dat moment begon de boerenzoon zich zorgen te maken. Hij begon harder en sneller te praten en vertelde de oude monnik dat hij zijn hele leven lang naar deze ontmoeting had toegeleefd en dat er niets was dat hij liever wilde worden dan monnik. Hij zei dat hij zeker wist dat hij hiertoe geroepen was, dat dit zijn bestemming was en dat hij alles wilde doen wat hem opgedragen zou worden wanneer hij toegelaten zou worden tot het klooster. En weer antwoordde de monnik vriendelijk: “Dat is mooi, maar wie ben je?”
Hierop begon de boerenzoon te huilen omdat hij dacht dat zijn kans verkeken was om zich aan te kunnen sluiten bij de monniken en sprak, al huilend, “Ik weet niet meer wat ik moet zeggen. Ik heb u alles over mijzelf verteld.” De oude monnik bleef hem vriendelijk aankijken en zweeg. Na enige tijd stopte het huilen van de boerenzoon, zuchtte hij diep en werd rustig. Op dat moment vloog er een nachtegaal naar hem toe die op zijn schouder ging zitten. De boerenzoon realiseerde zich dat hij de vogel al van meet af buiten, vlak voor het openstaande venster, op een tak van een boom had zien zitten. De jongen verwonderde zich dat de nachtegaal op zijn schouder kwam zitten en keek daarbij de oude monnik recht in de ogen aan. Pas op dat moment bedacht hij zich dat dit het eerste moment was dat hij de oude monnik echt aankeek. Hun ogen bleven enkele minuten aan elkaar verbonden. De boerenzoon had het idee dat deze stilte meer zeggend was dan dat hij daarvoor, met al zijn woorden, had gesproken.
Toen glimlachte de oude monnik en zei: “Dank je wel dat je je door mij hebt laten ont-moeten. Je bent van harte welkom in ons klooster”. Nu was het de beurt aan de jongen om te zeggen: “Dat is mooi”. “Maar ik begrijp het niet”, liet hij er direct op volgen.
Daarop antwoordde de monnik: “Toen je hier binnenkwam moest je van alles van jezelf. Je antwoordde de eerste keer op mijn vraag wie je was, door te vertellen waar je vandaan kwam”. De tweede keer vertelde je mij wat je deed en wat je was. De derde keer vertelde je mij waarom je dat deed. Maar geen enkele keer liet je mij erváren wie je was. Pas toen je begon te huilen zag ik je rouw en kon ik de achterkant van je rouw zien, je verlangen. In de stilte, voorbij het “moeten”, liet je mij je “zijn” zien, wie je werkelijk bent. Nogmaals, welkom in ons klooster.”
© 2008 Sasinerga
Latest Change by: John Sas on Friday 19 February 2010 - 19:37