John Sas
- Monday 01 February 2010 - 22:13
- 128 x read
Onlangs werd ik door een vriend van mij uitgedaagd om te schrijven over hoe ik, anno 2010, om ga met mijn "worsteling" rond “discipelschap” en mijn groei, dan wel belemmering van groei, daar in. Hij stelde daarbij een aantal vragen. Het leek mij wel aardig om deze vragen en mijn reactie daar op als blog te plaatsen. Wellicht stimuleert het anderen om na te denken over dit thema ….. .
Ervaar je dat je geestelijk groeit (= groeien in je geloof, maar ook groeien als mens, als persoon)? Bij deze eerste vraag loop ik al tegen een opmerkelijke constatering aan. Ik maak geen bewust onderscheid tussen “geestelijk groeien in geloof” en “groeien als mens / persoon”. Ik groei al jaren. Dit groeien heeft effect op wie ik ben. Dus ook op mijn discipelschap. Op mij als christen. Terugziend heb ik mijn sterkste geestelijke groei doorgemaakt na mijn veertigste levensjaar. In mijn optiek is dit een beweging die navenant is voor deze levensfase. Hans Korteweg schrijft over de (7e) levensfase van 42 – 49 jaar, die hij “Door het Labyrint” noemt, in zijn boek “Nog vele jaren” het volgende:
“De herfst van het leven zet in. Men is over de helft en men beseft dat ook. Alles is nu al een keer gedaan en al het gedane heeft zijn sporen nagelaten. Hij is omringd door zelfgeschapen vormen die een eigen leven zijn gaan leiden. Met elkaar vormen deze scheppingen het labyrint waarin hij zich een weg zoekt. Geleidelijk begint hij weer de betrekkelijkheid van de dingen te zien, maar de vraag hoe om te gaan met het onvervulde blijft één van de kernvragen. Dit is een louteringsperiode. Als hij het aandurft om in het duister zijn weg te zoeken naar het hart van het labyrint en zichzelf te leren kennen, ook zoals hij niet wil zijn, valt de beklemming weg. Hij gaat dan zien dat de opgebouwde vormen, de structuren en de verhoudingen, weldegelijk expansie kunnen zin van zijn leven.”
Ik vind dit zo mooi verwoord en zo herkenbaar. “De moed om het duister in te gaan” … prachtig. Als ik de moed niet zou hebben gehad om het duister in te gaan had ik nu niet zo helder het licht kunnen onderscheiden dat ik nu vaak in mijn leven herken. Ik heb door dit proces leren putten uit een diepe bron die God in mij heeft gelegd. Het lijkt een tegenstelling. Het is een uitstrekkende beweging naar God die tegelijkertijd naar binnen gaat. Maar het gaat verder. Het is niet alleen leren putten uit die bron, het is ook een uitdelen uit die zelfde bron. Ik haal weer een beschrijving van Hans Korteweg aan uit zijn eerder genoemde boek. Dit maal hetgeen hij schrijft over de 8e levensfase van 49 – 56 jaar, die hij “Leiden en geleid worden” noemt.
“Hij leidt en wordt geleid. Dat hij door het labyrint kon komen was alleen maar mogelijk dank zij de draad van liefde, die hem steeds weer in de hand werd gelegd. Dat besef maakt hem dankbaar en geeft hem het recht om anderen te leiden. De uiterlijke wereld begint aan kracht in te boeten. De innerlijke wereld kan meer aan de dag treden. Als hij zich afsluit voor deze innerlijke wereld, blijven hem twee wegen open: hij verzet zich tegen het tijdsgebeuren en tracht krampachtig jong te blijven of hij buigt zich voor de macht van de tijd en wordt een uitgebluste. Hij maakt de balans op. Wat heb ik in werkelijkheid verricht in mijn leven? Waarop kan ik bogen? Of was ik toch niet meer dan een vervangbaar radertje binnen een reusachtige machine? Het spel van het blinken is gespeeld. Hij heeft gewonnen of verloren. Hij heeft in ieder geval verloren als hij wil blijven blinken.”
Dat ik door “door het labyrint kon komen was alleen maar mogelijk dank zij de draad van liefde, die hem steeds weer in de hand werd gelegd” Is dat niet prachtig? Dat is genade! De beweging naar de innerlijke wereld is voor mij ook een passende beweging om te maken. Let wel: om vanuit die innerlijke wereld verbonden te blijven met de wereld om mij heen. Ik kan ook oogsten. Ik heb kunnen blinken en daar ben ik dankbaar voor. Daardoor kan ik nu veel makkelijker de beweging maken om te “zijn”.
Waaraan merk je dat bijvoorbeeld? Ik kom meer in harmonie met mijzelf, ervaar meer innerlijke vrede. Ik hoef niet meer zo nodig te winnen, de beste te willen zijn. Volstaan met “zijn” is voldoende.
Kun je aangeven wat factoren zijn die jouw geestelijke groei belemmeren? Mijn geestelijke groei wordt belemmerd door zelfmedelijden. Door bijvoorbeeld te denken dat mijn vrouw Christine mij te weinig ziet of te weinig geeft. Door na te laten om mij terug te trekken in de stilte ontstaat een dergelijk zelfmedelijden. Ik raak daardoor meer gefocust op de buitenwereld in plaats van verbonden te blijven met mijn innerlijke wereld, daar waar ik verbonden ben met God.
Kun je aangeven wat factoren zijn die jouw geestelijke groei stimuleren? Door mijzelf te blijven ontwikkelen. Door open te staan voor het nieuwe, het verrijkende. Door mijzelf te blijven bezien in alle eerlijkheid en openheid. Door mijn schaduwkanten niet weg te drukken maar ze in alle openheid te zien. Dan hoef ik geen energie te gebruiken om te zijn wie ik niet wil zijn, maar kan ik mij richten op wie ik ben in Christus, zoals Hij mij oorspronkelijk bedoeld heeft . Daardoor kan ik mij richten op de rijkdom die er ook is kan ik mijn energie gebruiken om te groeien. Dan kan ik mij bezig te houden met het plan dat God in mij heeft gelegd.
Wat bedoelt de Bijbel volgens jou met de term 'sterven aan jezelf' en 'de oude mens afdoen'? Volgens mij bedoelt de Bijbel daarmee dat we ons niet moeten richten op onze buitenkant, maar ons te focussen hebben op ons werkelijke zelf. Ons niet als een gebogen mens dienen te gedragen met het valse zelfbeeld “ons ego”, maar ons juist dienen te gedragen als opgerichte mens in Christus. Leven vanuit wie we oorspronkelijk bestemd zijn in plaats van wie we, levend in een gevallen wereld, geneigd zijn te zijn. De focus op onze “missie” in plaats van gericht te zijn op de “omgeving” de wereld om ons heen.
Hoe verhouden volgens jou de onvoorwaardelijke liefde van God voor ons en de eis tot verandering zich tot elkaar? Als een slot tot een sleutel, de bloem en de bij en al dat soort vergelijken. Het lijkt in tegenspraak, terwijl het feitelijk in het verlengde ligt van elkaar. De “eis tot verandering” is meer een uitnodiging om te worden wie je werkelijk bent. In al zijn volheid.
Wat meer aan de orde zou mogen komen in het onderwerp "geestelijke groei" is onze verbinding met het die voor ons waren. Wij zijn als mens veel meer verbonden met ons voorgeslacht dan wij ons beseffen. Wanneer wij de moed vinden om daar naar te kijken, kunnen we krachtiger in het leven staan. “Eert uw vader en uw moeder” heeft voor mij het afgelopen jaar een hele nieuwe dimensie gekregen. Het woord “eren” is daarbij een hele lastige term. Hoe kan je je ouders eren wanneer ze je van jongs af aan mishandeld hebben of dat je je vader niet eens gekend hebt? Het woord “achten” is daarom wellicht een betere “vertaling”. Wanneer je je ouders kunt achten en danken voor het feit dat ze jou het leven hebben gegeven, ben je ook in staat om geestelijk te groeien en je leven in liefde te leven. Wat ook zeker aan de orde dient te komen is het belang van “stilte”. De rijkdom van meditatie die leidt tot geestelijke groei. Mindfulness is bijvoorbeeld een techniek die je helpt om stil te worden. Die helpt om te “zijn” in plaats van te “doen”. Die helpt om “gedragen te worden” in plaats van zelf “te dragen”. Kortom het belang van “overgave” en “loslaten” in plaats van jezelf onder “controle” te houden. “Barmhartigheid en mildheid” naar jezelf, in plaats van jezelf “afbeulen” omdat je het steeds weer verkeerd doet.
Samenvattend: Door onder ogen te zien wie ik werkelijk ben en te kijken naar “wat er is” kan ik geestelijk groeien. Als ik als mens -en christen- groei, dan groei ik ook als discipel. Het is van het grootste belang dat ik mij daarbij realiseer dat wanneer ik werkelijk van mijzelf kan houden, dan pas werkelijk in staat ben om van de ander te houden. “God boven alles en mijn naast als mijzelf””. Het gaat er om dat ik als mens het unieke beeld realiseer dat God zich van mij heeft gemaakt. Door in de stilte te gaan kan ik mijzelf en God ontmoeten.