Afgelopen zaterdag publiceerde de Volkskrant een interview met Jeroen Smit. Jeroen was ooit hoofdredacteur van het economisch weekblad FEM, is al zeven jaar ZZP-er en heeft daarmee naar eigen zeggen het hoogst bereikbare in het leven bereikt: “Eigenlijk vind ik dat mensen die iets kunnen na hun 45ste niet meer bij een baas moeten willen werken. De eerste tien, vijftien jaar leer je wat. Daarna moet je toch op eigen kracht vooruit kunnen komen.
Laten we de ontslagbescherming schrappen
Ik vind het onbegrijpelijk dat nog zoveel goed opgeleide, oudere mensen willen werken voor een baas. Voor hen zouden we makkelijk de ontslagbescherming kunnen schrappen. Dan worden ze gedwongen om iets met hun talenten te doen. In mijn omgeving zitten veel mensen muurvast. Aan een hypotheek, en weet ik veel wat. Die zeggen tegen me: ik hoop dat ik ontslagen word, dan krijg ik een aantal jaren salaris mee en kan ik eindelijk mijn droom realiseren. Hoepel op!
Wat ik merk in mijn omgeving is dat veel mensen in een tredmolen zitten waar ze eigenlijk klaar mee zijn. Ze snakken naar iets anders, naar iets wezenlijks. Opheffing van de ontslagbescherming dwingt mensen tot verandering. Ik ben een bijna agressieve voorstander, omdat het om de hoogopgeleiden van onze samenleving gaat. Die zouden zich geen werknemer meer moeten voelen maar arbeidsgever.
Mijn ontslag: een magische belevenis
Mijn ontslag is één van de beste besluiten geweest die ik in mijn leven heb genomen. Het was een magische belevenis, omdat zich opeens zaken aandienen die al heel lang ergens in je achterhoofd liggen opgeslagen. Die stem die al zo lang zegt: maar je wilde toch eigenlijk… en die stem die altijd weer werd afgebroken omdat je bromde: jawel, jawel, maar nu nog even niet.
Doe wat je moet doen
Ieder mens is iets. Alleen, je moet erachter zien te komen wat je dan bent. Marinus Knoope legt dat in
De Creatiespiraal heel goed uit. Het is tragisch als je denkt dat je een perenboom bent en appels gaat maken. Als je doet wat je moet doen, in mijn geval schrijver worden en onderzoeker, dan vallen egoïsme en altruïsme samen. Als je doet wat je moet doen, doe je goed voor jezelf en voor anderen. Om daartoe in staat te zijn moet je eerst jouw eigen plek hebben gevonden.
Primaire drijfveer van mensen is erkenning
Iedereen is in meer of mindere mate hebzuchtig. Ik vind hebzucht niet verwerpelijk. Maar ik geloof niet dat de primaire drijfveer van iemand als Groenink –het geldt ook voor van der Hoeven- geld is. Dat geloof ik gewoon niet. Dat geldt alleen voor mensen die in pure armoede geboren zijn. Ik heb veel van die mensen, die zo’n zak geld hebben ontvangen, gesproken. Er zijn er die dat geld zouden terugstorten als ze het over mochten doen. Want denk je nou echt dat die mensen gelukkig zijn? Ken jij iemand die op zijn sterfbed ligt en tegen zichzelf zegt: nou sterf ik tevreden, want ik ben miljonair geworden? Ken jij die? Ik niet.
Die mensen zitten in een mooi huis naar buiten te kijken. Ze worden niet meer gebeld. Ze worden niet meer uitgenodigd voor een commissariaat of voor het Concertgebouw. Die mensen snakken naar erkenning, niet naar geld.”
Lees het hele interview, gepubliceerd op 21 november j.l. in de Volkskrant.