Arnold te Raa
- Monday 15 March 2010 - 20:50
- 60 x read
Zo af en toe ga ik samen met mijn partner met het openbaar vervoer naar Amsterdam. Iedere keer weer een uitdaging of de trein rijdt. Wat leuk is zijn de ontmoetingen met mensen die je even kort ziet of spreekt. Zo ook bij mijn laatste tocht naar Mokum.
Het eerste deel is helemaal gelukt. De trein rijdt op tijd. De kaartjes worden geknipt. Overstappen in Amersfoort. De dienstregeling is gewijzigd en we mogen ruim een kwartier wachten. Dan maar even een cappuccino bij de Kiosk. Ik was daar al een tijdje niet geweest. Lijkt inmiddels alleen aardige winkel te worden. Na het afrekenen vraag ik naar de suiker. Naar buiten meneer en de jongen achter de counter maakt een slingerbeweging met zijn arm. Duidelijk verward loop ik naar buiten en kijk naar de aangewezen plek. Er hangen twee mensen over een richel waar ik moet kijken. Mag ik er even bij? Ja natuurlijk klinkt het vriendelijk. Zo dat valt mee. We rommelen wat met de suiker en roerhout terwijl ik kijk hoe de suiker in het schuim verdwijnt.
Met enig geluid slobber ik de warme massa naar binnen. Even de handen warmen want het is wat fris. Terwijl dit alles zicht afspeelt kijk ik zo naar de mensen die aan komen lopen en hun plekje zoeken. Ongemerkt kijk ik naar de gelaatsuitdrukkingen. Enige vrolijkheid ontbreekt. Het is toch zondag? Inderdaad je hoeft niet naar je werkt mompel ik van binnen. Ondertussen rolt onze trein het station binnen. Ik kies een strategische plek in de veronderstelling dat de deur voor mijn neus open gaat. En ja hoor ik sta helemaal goed. Een beetje naar rechts, zo ik sta. Terwijl ik wat ruimte maak gaat de deur open. Links van mij hoor ik een vrouwelijk gegrom dat ik aan de kant moet en de mensen er eerst uit moet laten! Iet wat verbouwereerd kijk naar de opening en kijk de uitstappende dame recht in het gezicht. Een moment van verontschuldigingen onderdruk ik of toch niet. Ongemerkt heb ik het gegrom van de vrouw toch beantwoord. Er is geen enkele blokkade en ik hoef ook niet verder opzij. Er kan een compleet voetbalelftal naar buiten springen. Terwijl dit alles zich in een flits afspeelt zie ik in mijn linker ooghoek, als een kat die omhoog springt, de grommende diagonaal voor mij langs springen. Ik kijk nog een keer naar links om zeker te weten of het klopt. De grommende schiet als achterna gezeten de trap op naar boven. Ik beken er was een moment dat ik dacht dat het allemaal een truc was om als eerste de trein binnen te komen.
Nog enigszins verward zoek ik mijn plek en kom bij van het gedoe. Ik ga zitten en denk na over de boosheid van de grommende. Waar komt dat toch vandaan al die boosheid. Slecht geslapen, gedoe thuis, ruzie met die en die en die. Zou het aan het perron liggen?
Mijn dag was verder uitstekend en ik heb de boze blikken maar gelaten voor wat ze waren. Het was opvallend allemaal vrolijke mensen de rest van de dag. De mooiste lach was van een baby.