Ik loop hard en er komt een verhaal. Of het uit een zogenaamd ‘runners-high’ komt laat ik aan de lezer.
Opeens sta ik midden in Africa. Een strakblauwe hemel en het gras reikt tot aan mijn knieën. Ik hoor vogels en een ander geluid dat ik niet kan thuisbrengen. Ik kijk rond en op de een of andere manier ben ik alert. Op wat? Ik weet het niet. Plotseling hoor ik gestommel. Alsof ik in een helikopter zit wordt ik opgetild en zweef boven het landschap. Het voelt vertrouwd en mijn aandacht wordt getrokken door een man die ik zie in het struikgewas. Licht gebogen zoekt hij zijn weg. Hij maakt zich duidelijk kleiner en met zijn speer in de hand lijkt het alsof hij op jacht is. Mijn blik is scherp en ik zie hem duidelijk met zijn rode gewaad. Mijn blik dwaalt even af van hem omdat er iets links van hem beweegt in de struiken. Ik kan niet goed zien wat het is. Ongemerkt loopt de man naar de plek met de struiken. Ik hoor hem niet maar een ander geluid belooft niet veel goeds. Terwijl de man dichterbij komt zie ik iets met een grijze kleur boven het gras en tussen de stuiken staan. Daar op die plek is het voor de man met speer niet te zien dat daar iets staat. Het is stil. Zelfs de stappen van de jager hoor ik niet. Geruisloos gaat hij voort.
Plotseling een enorm lawaai en geschreeuw. De confrontatie tussen het enorme grijze beest en de man is een feit. Ik zie hem zijn speer boven zijn hoofd heffen en een aanzet maken om te werpen. En dan... Opeens een vertraging in de beelden. De man staat oog in oog met een enorm beest. Het is voor mij te ver om precies te zien wat het is. Een poging om dichterbij te komen mislukt. Blijkbaar is deze afstand voor mij voldoende om het schouwspel te zien.
Afwachtend op het werpen van de speer en de reactie van het beest kijk rechts van de man waar beweging zichtbaar is. Het gebeurt allemaal enorm snel. Een groep mannen met speren en allerlei ander wapentuig komt naar de plek waar de man is geconfronteerd met een haast onmogelijke situatie. Zijn ze snel genoeg bedenk ik me.
Daar waar de actie is zie ik het enorme beest en de man is weg. Is hij gevallen tussen het kniehoge gras? Verder naar links zie ik hem rennen. Zo hard, het moet voor zijn leven zijn. De mannen die op weg zijn naar de plek des onheils lopen voorbij aan de plek met de confrontatie tussen mens en dier. Ik begrijp het niet. Ze rennen in de richting van de vluchtende man. Ondertussen zie ik ze kijken naar het beest dat zich ook uit de voeten maakt. De vluchtende man kijkt om zich heen en ziet zijn volgers. Het zet hem aan tot nog meer snelheid. Ik volg het tafereel tot de man uit het zicht is verdwenen. De volgers keren terug. Wandelend en heftig in gesprek. Armen en benen heftige bewegingen makend. Het loopt hoog op. Ik versta de taal niet. Terwijl daar zo van bovenaf kijk op de manen krijg ik een ingeving. De mannen zijn boos omdat hij de confrontatie met het grijze dier uit de weg is gegaan. Hij is gevlucht. Het moet schande zijn dat hem achtervolgt. Deze vluchter kan niet meer terugkomen op zijn oude plek. Zijn stam, zijn dorp. Het is verboden terrein. Hij heeft de stam verraden. Uitgestoten is hij. Wat zal er van hem worden? Wellicht in een volgende run komt het vervolg van het verhaal. Wie weet.
Arnold te Raa
www.arnoldteraa.nl