Bob Strating
- Tuesday 10 August 2010 - 13:08
- 9 x read
Stel je wordt gevraagd voor een rol in een commercial, je bent een veelzijdig acteur en denkt “ach wel leuk en dat kan ik”. De commercial slaat aan en een volgende wordt geschoten en verschijnt met succes op tv. Na een reeks van commercials wil je iets nieuws. Je rol als Albert Heijn bedrijfsleider doe je met je ogen dicht en iets op de automatische piloot doen vind je “killing”. Je solliciteert naar een nieuwe uitdagende rol en wordt uitgenodigd voor een rol als seriemoordende psychopaat in een psychologische triller van 14 afleveringen. Een rol waar zwaar wordt geleund op je acteer vermogen en de inleving in een ontspoord persoon waarmee je jezelf moeilijk kunt vereenzelvigen.
Je hoort “volgende!”. Je loopt binnen en je stelt jezelf voor. “Hé Albert Heijn bedrijfsleider” zegt een stem uit het donker. “Albert, ga je gang”. In uiterste concentratie verplaats je jezelf in een gek, je zet een performance neer van ongekende klasse. Gespannen wacht je op de reactie.
Sorry Albert, zegt de stem uit het donker. Je performance was briljant maar wat je ook doet, ik zie de bedrijfsleider van AH. Je mimiek, de gestoordheid in je verbale expressie zijn weergaloos maar passen niet bij de lieve vriendelijke bedrijfsleider die je geworden bent. Sorry Albert.
Het fenomeen vereenzelvigd te worden met je rol is bekend bij Joop Dooderer of moet ik zeggen Swiebertje, Erik de Vogel of moet ik zeggen Ludo Sanders. Natuurlijk veel andere rollen in totaal andere producties van andere productiemaatschappijen helpen de harde impressie in de brein van de massa wel vervagen maar wat als je excelleert in een rol binnen je bedrijf die eigenlijk te weinig je hersencellen of je competenties aanspreekt.
Pas maar op voor je het weet zit je gevangen in je eigen vertolking.