Vandaag de dag leven we in een wereld met data. Dagelijks komt er een gigantische hoeveelheid aan informatie op ons af. Alles wordt gestaafd met een mooie onderbouwing van cijfers zoals: verkiezingsuitslagen, peilingen, kans op besmettingen, kans op genezing en onderzoekresultaten. Bijna elke uitkomst is te verklaren of te voorspellen met cijfers. En wat zeggen al die cijfers nu daadwerkelijk? Hechten we er niet teveel waarde aan? En hoe zit dat zakelijk? Vertrouwen we op de cijfers of op ons zakelijk instinct en onderbuikgevoel?
Afgelopen week heb ik met veel plezier een artikel gelezen in The New York Times van John Allen Paulos, professor of Mathematics aan de Temple University in Philadelphia. In heldere voorbeelden laat hij zien dat cijfers elkaar vaak tegen spreken. Niet als oproep om terug te gaan naar het onderbuikgevoel, maar wel een oproep om cijfers en analyses in haar context te beoordelen. Naar mijn idee is hier een belangrijke taak weggelegd voor de informatieverschaffers en de ontvangers van informatie.
Kortom: MetaData in optimaforma!
Het artikel van J.A. Paulus is hier te vinden