Onlangs begon ik een nieuw weblog. Na een tijdje her en der bloggen (wat ik nog steeds doe) was ik toe aan een eigen plek, helemaal voor mij, zonder restricties of verplichtingen.
En vervolgens bleef het leeg.
Zoals vroeger, als ik een mooi nieuw schriftje had, en ik er bijna niet in durfde te gaan schrijven uit angst om het te bederven met vlekken, fouten, slordig handschrift of stomme teksten.
Bijna tegelijkertijd werd ik door Jeltine Zijlstra uitgenodigd om een workshop te komen geven op het congres Nieuw 2.0 dat zij en een aantal anderen organiseren in Leeuwarden op 14 mei. Een congres voor ‘mensen en ideeën die de wereld veranderen’. Geweldig! Er is zoveel gaande om ons heen, en dat vraagt zoveel van ons. Het zijn verwarrende, uitdagende tijden, die ons wakker schudden uit onze veilige droom, veel kansen bieden en, inderdaad, om vernieuwing vragen.
Fantastisch om daar een dag lang met inspirerende mensen over te kunnen uitwisselen. En heerlijk om daar mijn steentje aan te mogen bijdragen. Dus ben ik dezer dagen druk aan het brainstormen over ‘nieuw’. Hoe gaat mijn workshop er uit zien, in welke woorden ga ik dat gieten, hoe vat ik dat kernachtig samen etc.
En dan doet dat zelfde ‘lege schriftjes’-syndroom zich voor. Stel dat de eerste woorden die ik erover vastleg toch niet de ‘goede’ woorden zijn? Een workshop is, net als een weblog, net als een mensenleven eigenlijk, een ‘werk in uitvoering’.
Een doel bereik je door de eerste stap te zetten. En daarna nog een, en nog een. Een stap is niet goed of fout, een stap is een stap. Soms is het eng om een werk in uitvoering aan de buitenwereld te tonen, maar doe je het niet, dan kan die buitenwereld ook de interactie niet met je aangaan. Terwijl het in de ontmoeting is waar de groei ligt, waar de inzichten ontstaan, waar de kansen voor vernieuwing liggen.
Dus hup, vooruit met die vlekjes en foutjes, dat slordige handschrift. Het eerste blogje is geboren, de eerste aanzetten tot de workshop borrelen op, en let op, na de eerste stap is de tweede een stuk eenvoudiger.