andre leeuwendal
- Sunday 29 May 2011 - 12:55
- 161 x read
De wereld waarin wij leven en werken is snel aan het veranderen.
Maar veranderingen komen niet vanzelf, er zullen fundamentele keuzes moeten worden gemaakt om een wezenlijke verandering in onze samenleving te weeg te brengen. De opzet van de huidige organisaties is gebaseerd op een model afkomstig uit de industriële revolutie.
De industriële revolutie begon eind 18e eeuw in Engeland en vervolgde begin 19e eeuw in de rest van Europa. De toepassing van de stoommachine gaf een enorme impuls aan de ontwikkeling van vervaardiging van producten. Ambachtelijke en kleinschalige werkplaatsen groeiden uit tot grote fabrieken en vormden samen een grootschalige industrie. Door die groei daalde de prijs van de producten enorm waardoor steeds meer mensen zich deze konden veroorloven. Hiermee brak een belangrijke periode voor Europa en later de rest van de wereld aan. Het was een trendbreuk in vergelijking met vroegere tijden en dus daarmee een 'revolutie'. Het betrof relatief snelle ontwikkeling van nieuwe technieken en hun toepassing in de industrie.
In de huidige tijd kunnen we eigenlijk ook weer spreken van een revolutie. In de jaren tot 2008 bleef de economie maar groeien. Bedrijven werden steeds groter en zeker door het steeds grotere belang van aandeelhouders, werd globalisering een feit. In deze periode speelde geld nauwelijks een rol. Er was immers genoeg. Toen kwam de crises. Bedrijven moesten enorm afslanken en gingen zich heroriënteren op de bedrijfsvoering en de professionals die in organisaties werkzaam zijn. Veel organisaties in de huidige vorm zullen over 5 tot 10 jaar niet meer bestaan. Ze leveren nog nauwelijks meer toegevoegde waarde of hun markten zijn verdwenen. Organisaties kennen bijvoorbeeld steeds meer uiteenlopende samenwerkingsverbanden. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat organisaties een steeds grotere focus hebben op hun kern competentie. Wat de organisatie weer noodzaakt om samen te werken met vaak weer zeer verschillende andere organisaties die complementair zijn in hun aanbod. Ook zijn organisaties genoodzaakt om zich steeds sneller aan te passen aan de veranderende omgeving. Met name toenemende concurrentie, druk van de toezichthouders, productinnovaties, transparantie naar klanten en kostenbeheersing. Programma’s en projecten zijn inmiddels een gegeven in de meeste organisaties.
Bij steeds meer organisaties lopen de lijnorganisatie en de projectorganisatie in elkaar over. Een belangrijke oorzaak hiervoor ligt verscholen in het feit dat de complexiteit in projecten toeneemt en het belang voor de niet alleen lijn zeer groot is, maar de lijn is veelal opdrachtgever . Het gevolg hiervan is dat de eis tot transparantie toeneemt en dat het nut van een project steeds duidelijker verantwoord dient te worden. Gelukkig wordt de bewustwording bij veel organisaties steeds groter om het fundament onder de projectorganisaties goed in te richten. Het PMO richt zich op het fundament, de organisatie van de projecten en het projectteam..