Tijdens mijn studie marketing heb ik me laten vertellen dat circa 17% van elke markt bestaat uit geboren prijskopers. Mensen die bewust en altijd in een goedkope auto rijden, boodschappen doen bij de Lidl, kleren kopen bij de Zeeman, en ga zo maar door. Dan is er nog een klein groepje mensen dat conjunctureel op prijs koopt. Het gros van de markt is echter op zoek naar toegevoegde waarde. Niet allemaal dezelfde toegevoegde waarde natuurlijk. Prijs is in elk geval nooit leidend. Tenzij het gros van de markt in het aanbod onvoldoende toegevoegde waarde terugvindt. Dan kiest ook zij ‘gedwongen’ voor de goedkoopste.
Enig idee waar ik heen wil, zo een dag na de verkiezingen? Laat ik het zo zeggen. De debatten waren fantastisch om te volgen. Ik heb fluwelen stukjes taaltechniek gezien. Oneliners om je vingers bij af te likken. Ik heb presentatietechnieken geleerd die in geen enkele training ooit naar voren zouden zijn gekomen. Een voor één enkele groep onderscheidende propositie ben ik echter nauwelijks tegengekomen.
Het gevoel is me bekropen dat het grootste deel van de Nederlandse kiezers het verschil tussen de partijen werkelijk niet meer snapt. Bij gebrek aan onderscheid heeft zij daarom simpelweg (ook ik) een gewoontestem uitgebracht, een proteststem of strategische stem. Het heeft niets met inhoud te maken. En neem het ons eens kwalijk. Het onderscheid is er ook nauwelijks. En als het er al is. Dan is het er in het politieke spel zelden echt over gegaan. Vooral uit angst. Angst om mensen tegen het verkeerde been te stoten. Angst om kiezers te missen.
Het zou daarom aardig zijn om in de politiek eens de link te leggen met strategisch kuddegedrag en het oud marketingdenken. Om een zo groot mogelijke massa te bereiken, worden er gemiddelde ‘producten’ ontwikkeld die vervolgens door een team van ‘(marketing)deskundigen’ met massamarketing mooi worden gemaakt. De lijsttrekkers zijn slechts de reclamehelden. De ene keer net iets beter gecast dan de andere keer. Een mooi schouwspel. Opmerkelijk gedurfd is het echter zelden. Het idealisme is er door de ‘deskundigen’ keihard van afgeschrapt.
Ruber Oppenheimer, cartoonist bij enkele vooraanstaande kranten, gaf een dag voor de verkiezingsuitslag bij Knevel en van den Brink een mooi voorbeeld. Hij zag dat het integratiebeleid tijdens de verkiezingsperiode naar de achtergrond van het debat werd gedrukt. En dat terwijl het toch veelal het nummer één onderwerp is gedurende de beleidsperiode. Op Wilders na heeft echter geen enkele lijsttrekker zijn handen er aan durven branden.
Nu vraag je je natuurlijk af waar het strategisch kuddegedrag in de politiek toe leidt? Nou, tot precies hetzelfde als waar het in het bedrijfsleven toe leidt: ‘zwevende kiezers en een drukke strijd om alles behalve inhoud’.
Je kunt niet iedereen gelukkig maken. Ook in de politiek zul je moeten kiezen voor een stuk weiland. Het algemene belang telt pas als de verkiezingen zijn geweest. Of we zouden voor een één-partij-stelsel moeten kiezen natuurlijk. In het huidige stelsel heb je echter tot na de verkiezingen niet meer te doen dan de dromen van jouw directe achterban te verdedigen. En dan lijken kiezers net klanten. Ze willen geholpen worden en zullen jouw verhaal pas doorvertellen als hun verwachtingen overtroffen worden. Als je een negen scoort! Zo niet. Dan is er altijd wel een andere partij die wel wil.
Voor wie daar niet in mee durft te gaan zijn de ‘nieuwe’ wetten van de marketing meedogenloos. Vraag het maar aan de mensen van het CDA. Ik schat zomaar in dat circa 17% van alle kiezers in Nederland altijd gaat voor de economisch meest voordelige partij. Dan heb je ook nog een klein groepje dat hier conjunctureel voor kiest. Het gros is echter op zoek naar toegevoegde waarde. Niet allemaal dezelfde toegevoegde waarde natuurlijk. Prijs is echter nooit leidend. Tenzij….. Nou ja, de rest van het verhaal ken je.
Bedankt voor het lezen.
Lees meer op
www.paarsekoeien.nl/blog