Tijdens het lezen van de ochtendkrant viel mijn oog deze week onwillekeurig op een klein artikel in Trouw over peuters en presteren. Nu staat mijn huidige vak van executive search ver af van mijn lang geleden behaalde diploma klinische pedagogiek. Toch kruipt mijn “pedagogenbloed” waar het niet gaan kan. De antenne voor onderwerpen over opvoeding, onderwijs, maatschappij en de vermeende “maakbare mens” blijft. Ik vond het ingezonden stuk een verfrissende bijdrage in de discussie over de huidige trend binnen het onderwijsbeleid. Peuters en presteren horen niet bij elkaar was het betoog. En daar ben ik het grondig mee eens. Dit artikel viel bij mij meer in de smaak dan recente betogen ten faveure van de Voorschool, de Citotoets, en de HBO opleiding als norm voor “bijna” iedereen.
De Voorschool
De logica die door beleidsmakers wordt gevolgd is dat de Voorschool peuters met een taalachterstand extra bijscholing geeft via een gericht programma. Dit lijkt logisch maar is dat niet. De Voorschool is een gruwel voor iedere pedagogisch medewerker, pedagoog en ontwikkelingspsycholoog. We willen het als maatschappij zó graag dat we de werkelijkheid en de realiteitszin uit het oog verliezen. Even een testje op kennis en begrip:
Gericht - Programma -School –Taal - Peuter. Welk woord past niet in het rijtje?
Peuters hebben nog geen goed ontwikkeld taalgevoel en zijn niet toe aan het cognitieve leren. Zij leven in een peuterwereld met een geheel eigen peuterperceptie.
De ontwikkeling van het jonge kind
Kinderen tot ongeveer de leeftijd van 6 jaar zijn voor hun ontwikkeling met name gebaat met veel spelen, vallen en weer opstaan, dromen en vooral heel veel exploreren. Deze leeftijdscategorie is begiftigd met een magische fantasie en natuurlijke exploratiedrang die bij de juiste veilige ondersteuning van de omgeving de vrije loop kunnen gaan. Hiermee legt ieder kind een stevige basis voor de latere cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling. Het fundament voor de ontwikkeling tot een gezond mens. (Lees ook :
Het Perfecte Kind ) De kleuterleidsters “oude stijl” wisten hier fenomenaal mee om te gaan. Sinds de introductie van het basisonderwijs vanaf 4 jaar is deze discipline steeds meer in het verdomhoekje gekomen. Het oudergesprek c.q de rapport bespreking is verworden tot het samen kijken naar de grafieken van de Citotoets en hopen dat de lijn van dochter of zoonlief binnen de norm van het leerjaar valt.
Politiek en Onderwijsbeleid
Het artikel in de krant stond klein en haast verstopt vermeld. Een gemiste kans om een sentiment dat inmiddels breed leeft binnen de maatschappij eens meer uit te vergroten. Want wat veroorzaakt het onderwijsbeleid in Nederland anno 2011 onbewust en ongewild?
-
Leerkrachten en docenten die behept zijn met het “fingerspitzengefuhl” moeten zich tandenknarsend voegen naar het keurslijf van de heersende toetscultuur. Dat doen zij niet van harte.
-
De onzekere, jonge en ook de minder getalenteerde docenten klampen zich vast aan de schijnzekerheid van toetsen en grafieken. Zij krijgen hiermee niet de tijd en de ruimte om zich te ontwikkelen tot een leerkracht c.q. docent met eigen inzichten.
-
De jaarlijkse normering van scholen op basis van niveau uitstroom van leerlingen is gewoonweg oneerlijk en hiermee onbetrouwbaar als meetinstrument. Het materiaal – lees de leerlingen – waarmee de teams aan de slag gaan is niet gelijkwaardig.
Al met al levert het heersende onderwijsbeleid van “meten is weten” een verschraling van het onderwijs op. Goed bedoeld maar niet effectief. Tijd om weer back-to-the-basics te gaan en te vertrouwen op de professionals binnen het onderwijs en pedagogisch werkveld. Bij hen zit de kennis en deze kennis zou het fundament moeten vormen voor het onderwijsbeleid op politiek niveau. (Lees ook:
De staat van het Nederlandse onderwijs anno 2010 )
Onderwijs en Arbeidsmarkt
Wat zou ons helpen bij het begeleiden van leerlingen naar succes op de arbeidsmarkt? Als pedagoog in hart en nieren en tevens arbeidsmarkt deskundige gedurende de afgelopen twee decennia heb ik wel een wensenlijstje:
-
Bij voorkeur kleine categorale scholen voor voortgezet onderwijs met een lerarenteam dat “zijn pappenheimers” kent. Dat betekent ook terug naar het specialistisch beroepsonderwijs op LBO en MBO niveau.
-
Een einde aan de wildgroei in HBO studies. Een goed praktijkgericht MBO diploma is op de arbeidsmarkt meer waard dan een slechte HBO studie.
-
Minder automatisch gegenereerde toetsen en meer afgaan op het individuele beoordelingsvermogen van de pedagogisch medewerker, groepsleerkracht en docent.
-
Peuters en kleuters gaan gewoon weer lekker spelen.
En als klap op de vuurpijl: af en toe blijven zitten als “onwillige” puber? Het mag weer en het zou geen strafpunt moeten opleveren voor de normering van de betreffende school. Want wat leert ons de werkelijkheid? De luie jongens van vandaag halen het later op de echte arbeidsmarkt gewoon in. (Lees ook:
Vrouwen aan de top: waarom het niet lukt ) Een langzame start is dus niet zo desastreus als vaak wordt verondersteld. Ik heb het vertrouwen dat het goed komt met de pubers en adolescenten van vandaag. Zij zullen hun eigen weg gaan vinden en hebben de “betuttelende” politieke inmenging minder nodig dan menigeen denkt.
Eerder gepubliceerd over dit onderwerp
Het Perfecte Kind gepubliceerd in Volkskrant onder de titel: “Kind is gewoon kind en geen project van de ouders”
Vrouwen aan de top: waarom het niet lukt gepubliceerd in Trouw onder titel “Recept voor vrouw op weg aan de top”
De staat van het Nederlandse onderwijs anno 2010 weblog op Mindz.com