Vrede. Wat is het eigenlijk? Is het de afwezigheid van oorlog of is het meer? Ooit las ik een boekje van
Drunvalo Melchizedek waar in hij schreef dat als je voor vrede bidt, je automatisch voor oorlog bidt. Ze zijn de twee kanten van dezelfde munt. Dat heeft me aan het denken gezet. Over dualiteit en de overstijgende waarde. Moeten we dan bidden voor (streven naar) de waarde van de munt. Wat is die dan? De eenheid, het onbenoembare, de stilte, God? En is dat dan uiteindelijk niet een innerlijke kwestie? En is het doel van het leven om de dualiteit te ervaren en te aanvaarden of uiteindelijk te overstijgen? Ik blijf het lastige vragen vinden.
Nadat ik over de munt, of in het Nederlands misschien beter de medaille gelezen had, popt vaak in mijn gedachten op. De laatste tijd helemaal. In het kader van wat er in de wereld speelt en vanuit persoonlijk licht. Volgens mij geldt wat voor oorlog en vrede geldt, ook voor daders/slachtoffers. Zonder daders geen slachtoffers, maar zonder slachtoffers ook geen daders. Hoe ziet de medaille eruit? In z’n geheel? Moet je om dat te weten eerst beide kanten onderzoeken?
Als je nu vraagt naar de rol die mensen zouden hebben gespeeld in de oorlog, zouden de meeste mensen in het verzet hebben gezeten. Ik heb mezelf regelmatig die vraag gesteld. Als er nu oorlog zou zijn, zou ik me dan afzijdig houden, in het verzet gaan, of zou ik heulen met de vijand? Ben ik dapper genoeg om te kiezen voor het grotere geheel en mijn eigen leven daar voor op het spel te zetten? Ben ik gehecht aan mijn leven? Zou ik kiezen voor de angst? Hoe moedig ben ik? Neem ik mijn plek in, in het leven? Hoe hard verdedig ik mijn terrein? Hoe makkelijk geef ik weg? Zouden de antwoorden dezelfde zijn in een oorlogssituatie?
Heel eerlijk, ik ben blij dat ik het antwoord niet weet. Ik leef gelukkig in een vredessituatie. Ik hoop dat ik natuurlijk het goede zou doen en ik weet dat ik mensen niet gemakkelijk kwaad kan doen. Maar soms is het kwaad ook de afwezigheid van het goed. En soms is het kwaad het ’t te goed willen doen… Fanatisme en regels leiden over het algemeen tot weinig goeds. Maar ook hier heb ik het weer over dualiteit. Hoe zou het goud van deze medaille eruit zien? Ik weet het niet.
Wat ik wel weet, is dat het niet weten van het antwoord op de vraag “Wat zou ik hebben gedaan”, me het makkelijker maakt om compassie te voelen, met zowel daders als slachtoffers. Ik probeer me in alle schoenen te verplaatsen. En overal vind ik wel een eigen stukje schoen. En ik weet dat het uiteindelijk draait om angst, pijn, minderwaardigheid en verdriet. En wie kent die niet? Voor de een is de drempel wellicht groter dan voor de ander om erover heen te stappen. Misschien is het beter elkaar daarin de hand te reiken, dan elkaar ervoor te veroordelen. Want uiteindelijk is het de veroordeling die leidt tot nieuwe oorlogen. Natuurlijk betekent dat niet, dat je geen grenzen meer hoeft te stellen. Natuurlijk moet je zeggen, tot hier en niet verder. Maar de manier waarop je dat doet, kan misschien ook wel het verschil uitmaken tussen oorlog en vrede.
Daders en slachtoffers hebben volgens mij een ding gemeen. Ze kiezen beiden voor de angst. Nee, het is geen bewuste keuze en nee, het is niet iets waarmee je mag stigmatiseren. Het is geen kwestie van eigen schuld, dikke bult. Dat is te kort door de bocht. Ik kan ook misschien beter zeggen, iets in de daders en slachtoffers kiest voor angst. Want het is juist de innerlijke verdeeldheid dat tot ongewenst gedrag leidt. En de keuze waarover ik het heb ik ook meestal geen vrije keuze, maar een aan het verleden gebonden keuze. Uiteindelijk gaat vrijheid voor mij over je te bevrijden uit die patronen. Dan kun je zelfs in oorlogstijd in vrede leven.
Om je eigen patronen onder ogen te zien, helpt voor mij de vraag, kies je voor angst of voor de liefde? Ik stel ‘m mezelf vaak drie keer. Om zo door de oppervlakkige lagen van de waarheid heen te komen. En helaas is het antwoord niet altijd de liefde. Iets in mij kiest dan nog voor de angst. Waarom, zou je denken. Ja, waarom? Omdat het zo vertrouwd is, om mee te willen doen, vanwege verstrikking in familiepatronen, in mijn eigen patronen, overtuigingen? Omdat ik ooit besloten heb dat ik de liefde niet waard ben? Wie zal ’t zeggen? Soms vind ik een antwoord, soms niet, maar besluit ik niet te handelen, omdat ik liever wil kunnen handelen uit liefde. En soms handel ik wel vanuit angst en dan is het hard werken om tot compassie voor mezelf te komen om zo de ingeslagen weg niet te hoeven vervolgen.
Maar niet alleen gaat het volgens om je te bevrijden uit die patronen, maar ook om de aanvaarding van die patronen. Ze maken deel uit van je leven, van wie je nu bent, ze hebben je gevormd en zijn deels ook je kameraden geweest. Juist de aanvaarding leidt dat je de waarde van de munt kunt zien. Als je beide kanten durft te zien en te beleven, kan je doordringen tot de kern. Kiezen voor angst, komt in mijn ogen voort uit het niet durven beleven van al wat is. Omdat je bang bent voor de pijn die het zal brengen. Kies je voor de liefde, moet je soms wel door de pijn heen. Omdat als je voor de liefde kiest je kiest voor de heelheid en daar soms eerst heling voor nodig is. Denk ik, maar soms twijfel ik of dat wel zo is. Is het een weg, of kun je direct door naar het station?
Ik zocht een voorbeeld van iemand die interne vrijheid wist te behouden terwijl hij gevangen zat in Auswitz, maar ik kan even niet meer op zijn naam komen. Al zoekend stuitte ik op
dit verhaal over Etty Hillesum. Met de dood in de ogen, kwam zij tot dezelfde conclusie. Het leven gaat over de aanvaarding van alles wat is. Hoewel ze in een kamp zat en stierf, kan je haar niet echt een slachtoffer noemen. Wat een kracht en wat een inzicht stelt deze vrouw ten toon, beschreven met veel schoonheid en passie. Het lijkt mij dat ze in gevangenschap de essentie van het leven vond. Ik voel een warme nederigheid als ik het lees. Een aanmoediging om te kiezen voor de liefde, zonder wat is uit het oog te verliezen, zelfs als je die keuze met de dood moet bekopen.
De tweede wereldoorlog speelt (indirect) in mijn leven een belangrijke rol. Een ketting van acties en reacties, bepalen nu voor een deel nog steeds mijn gedrag. Maar dat gedrag is niet wie ik ben en ik streef ernaar te handelen vanuit mijn zijn. Daarom heb ik besloten deze 5 mei uit te roepen tot Persoonlijke Bevrijdingsdag. Ik moet daarbij denken aan het lied van Marco Borsato De Speeltuin en met name aan de zin, "Ook al ben je uit de oorlog, is de oorlog ook uit jou?" Ik vind het tijd om de oorlog uit mij te halen. Overigens heb ik de zin uit het lied verwerkt in de dialoog ter introductie van het Jongeren manifest voor Compassie dat afgelopen december tijdens TEDxYouthAMS werd geïntroduceerd en werd het lied zelf prachtig vertolkt door PACE de schoolband van het Herman Wesselink College. Kijk zelf maar:
Tot slot wil ik afsluiten met een notitie in het kader van de gebeurtenissen op wereldtoneel van de afgelopen dagen. Ik geloof dat wanneer je gaat voor wraak en vergelding dit laat zien dat de oorlog niet uit jou is. Het vieren van je eigen vrijheid is voor mij geoorloofd, maar het vieren van de dood van je vijand, vind ik onkies en is voor mij geen teken van vrijheid. De weg naar vrijheid is voor mij een van compassie en de deur naar vrijheid is vergeving. Pas als je die deur door bent, kun je leven naar wie jij in essentie bent. Dan draait het om goud van de medaille in plaats van om de kop of munt.
Wat denk jij, gaat het leven over kop of munt of over het goud?