‘Het is een modern Europees idee om politieke gezondheid af te meten aan koopkracht’. ‘Het wordt hoog tijd dat we met elkaar gaan spreken over politieke deugdvorming in plaats van politieke legitimatie’. Twee citaten uit een lezing van dr. A. Plaisier, die me bij zijn gebleven.
Op 2 oktober vond de tweede bijeenkomst van het C-netwerk van het
CDA plaats. Onderwerp van was de ‘C’ en de economische crisis. Plaisier, scriba van
Protestantse Kerk in Nederland, was één van de sprekers. In het ND is een
verslag te lezen van de bijeenkomst.
Plaisier gaf in een filosofisch getint betoog zijn visie op de ‘C’ en hoe deze zich volgens hem vertaalt naar de hedendaagse politiek en maatschappij. Zowel politiek als economie zijn geen scheppers van het heil, zo betoogde hij. “Economische herstelplannen moeten daar ook niet op gericht zijn. De overheid heeft als taak de beschikbare welvaart te verdelen, niet om de mens tot zijn uiteindelijke bestemming te doen komen”.
Een crisis dwingt om op zoek te gaan naar je eigen bronnen.
Pieter Omtzigt, Tweede Kamerlid voor het CDA en econoom, reflecteerde op het betoog van Plaisier. Hij stelde de vraag of een relationeel mensbeeld leidt tot andere conclusies dan een rationeel mensbeeld en wat de consequenties daarvoor zijn voor de economische theorie, die immers de rationeel handelende mens veronderstelt.
Zijdelings kwam ook de ‘paalrot van de
civil society ’ aan de orde. ‘Om de civil society te laten groeien, is geïnteresseerde onverschilligheid nodig’. Bij mij kwam de vraag op: hoe verhoudt deze civil society zich tot de netwerkmaatschappij? Sluiten ze elkaar uit of vult de één de ander juist aan? Vandaag las ik een boeiend
artikel van Joop Hanzenberg, o.a. initiator van
Denktank Prospect over de netwerkmaatschappij.
Vooralsnog ben ik geneigd om de vraag hoe zich tot elkaar verhouden te beantwoorden met: ze kunnen elkaar versterken. Wat is jouw visie daarop?