Esther van der Zee
- Monday 11 April 2011 - 21:24
- 90 x read
Het nieuws wat me het meest raakte afgelopen week raakte ondergesneeuwd door een andere vreselijke gebeurtenis in Alphen a/d Rijn.
Het gebeurt regelmatig, maar meestal zonder veel publiciteit: het terugsturen van asielzoekers naar hun land van herkomst. Niet zelden zijn daar ook kinderen bij. Afgelopen week betrof het een grote groep Irakese asielzoekers onder wie zes gezinnen. Een journalist van de Volkskrant mocht mee en deed verslag. Het paginagrote artikel raakte me in mijn ziel. Kinderen, in Nederland opgegeroeid, soms zelfs hier geboren, met een Nederlandse opvoeding en onderwijs, Nederlandse vriendjes en Nederlandse dromen, worden gestuurd naar een land wat ze vaak alleenmaar kennen uit de verhalen.
Het artikel verhaalt dat aan alles is gedacht, het moet vooral respectvol en humaan verlopen. Maar wat is er humaan aan kinderen hun thuis ontnemen? Volgens protocol werden zelfs de jongsten gefouilleerd in door marechaussee vol ornaat. Niemand voelt zich hier prettig bij, maar :..”het is een keuze die we samen democratisch hebben gemaakt’, zegt een marechaussee.”Ik heb ook kinderen, weet je.” En toch voeren ze het uit, geheel volgens protocol. Ze voeren uit en doen hun werk.
Na 8 jaar wachten tussen hoop en vrees kunnen deze mensen gewoon worden weggestuurd, een onmenselijk lange tijd om zonder thuis en enige zekerheid door te brengen. Men kan geen banden aangaan, geen nieuw leven beginnen, geen dromen koesteren ten aanzien van de toekomst. Nederland zet deze mensen jaren in de wachtstand. In een asielzoekerscentrum waar ik ooit werkte zag ik krachtige intelligente mensen die de moed hadden gehad om huis en haard te verlaten voor een veilig heenkomen om te overleven. Binnen enkele jaren was hier weinig meer van over, in de wachtstand, in een centrum zonder privacy, zonder dagbesteding, zonder zekerheid en zonder toekomst. Ze konden weinig anders dan de verschrikkingen die ze hadden meegemaakt terugspelen. De mensen met een al dan niet tijdelijke verblijfsvergunning pakken voorzichtig de draad op, vast van plan een bijdrage te leveren aan het nieuwe thuisland.
Een thuis is voor kinderen van groot belang om stabiel op te kunnen groeien. De kinderen mogen in Nederland wel naar school, leren Nederlands, maken vriendjes en kennen geen wachtstand. Sommigen herinneren zich nooit een ander leven, ze wonen hier het merendeel van hun leven of zelfs hun hele leven. Ze zijn, zoals je noemt, 'vernederlandst', ingeburgerd en niemand tot last. Maar ze zijn ongewenst. Ik vraag me echt af hoe we als samenleving kunnen tolereren dat deze kinderen gedeporteerd worden naar gebieden waar voor Nederlanders een negatief reisadvies geldt, waar het voor Nederlanders te gevaarlijk is.
Het meisje Sahar mag na veel politiek touwtrekken uiteindelijk in Nederland blijven omdat ze in Afghanistan te weinig kansen heeft. Ze woont hier al 12 jaar. Voor jongens die hier opgegroeid zijn geldt dat niet. Een ander meisje dat in Nederland is geboren wordt op haar 9e naar Angola gestuurd.
Het is internationaal bekend: Nederland neemt het niet zo nauw met de kinderrechten. We ontnemen kinderen hun vrijheid, hun thuis, hun dromen en hun toekomst, maar met welk doel?
Waarom kunnen we als samenleving niet zeggen dat wanneer wij niet in staat zijn binnen 2 jaar duidelijkheid te verschaffen over hun status, we dan moreel verplicht zijn deze mensen op te nemen in ons midden. Langer dan 2 jaar in de wachtstand is verwoestend, vooral voor kinderen!
Latest Change by: Esther van der Zee on Tuesday 12 April 2011 - 11:46